Boeken Centrum: Satirische Heidelbergse Catechismus

‘Goedgelovig lanceert website Boeken Centrum’ was weliswaar een bericht in de Satirische Nieuwsdienst, maar toch hebben enkele reageerders de handschoen opgepakt om 16 zondagen en 44 vragen van de Heidelbergse Catechismus satirisch in te kleuren. Oordeel zelf of dat is gelukt. Wie inspiratie heeft om de resterende zondagen aan te leveren: welkom.

boekencentrum

ZONDAG 1

Vraag 1: Wat is uw enige troost, zowel online als offline?

Antwoord: Dat ik met alles wat ik heb en ben, zowel online als offline, een bijzonder wezen ben dat zelf eigen keuzes maakt. Met mijn vermogen om te kiezen voor dat wat ik noodzakelijk vind ben ik verlost van allerlei lastige vragen, zoals: wat is de zin van het leven? Het behoedt mij om vast te raken in de valstrikken van theologen en andere goedbedoelende heilmakers. Ja, het dient mij tot een zaligheid, net zoals een lekker warm croissantje bij het ontbijt. Al het goede verzekert mij van een leven zoals ik dat wil en maakt mij van harte gewillig en bereid om het satirische evangelie uit te dragen.

Vraag 2: Wat moet u noodzakelijk weten om het geluk van zelfrelativering uit te dragen?

Antwoord: Drie dingen. Ten eerste, wat is een goede webbrowser? Ten tweede, hoe werken social media? Ten derde, waar is de bron van het satirisch evangelie te vinden?

HET EERSTE DEEL: DE REALITEIT VAN ALLEDAG

ZONDAG 2

Vraag 3: Waaruit kent u uw realiteit van alledag?

Antwoord: Uit alles wat ik waarneem.

Vraag 4: Wat moet ik dan met de bijbel?

Antwoord: Als we het boek Prediker moeten geloven, dan hebben we er helemaal niks aan: “Alles is maar lucht en leegte, zegt Prediker. Niets heeft werkelijk zin! Het hele leven is maar lucht en iets onbegrijpelijks!” (Prediker 1 vers 2) En dus is dit het grote advies voor alles in het leven: “Daarom denk ik dat de mens maar het best kan genieten van wat hij doet. Want dat is het enige wat hij heeft.” (Prediker 3 vers 22)

Vraag 5: Is dit ook vol te houden?

Antwoord: Nee, want van nature is de mens geneigd om zichzelf op te offeren uit compassie voor iets of iemand anders.

ZONDAG 3

Vraag 6: Bestaat er dan een groter universeel plan dat eenvoudig uit te leggen en te begrijpen is?

Antwoord: Nee.

Vraag 7: Waar komt alle ellende van de wereld dan vandaan?

Antwoord: Door de keuzes die mensen maken en zaken waarop de wetenschap vooralsnog geen antwoord heeft.

Vraag 8: Is de mens dan in staat om iets goed te doen?

Antwoord: Ja.

ZONDAG 4

Vraag 9: Wordt van de mens iets onmogelijks gevraagd?

Antwoord: Nee, alles is voorhanden wat de mens nodig heeft: het is aan de mens zelf hoe ze daar mee omgaat.

Vraag 10: Mag je ook niet-gelovig zijn?

Antwoord: Een volmondig ja!

Vraag 11: Mag je ook gelovig zijn?

Antwoord: Ja, zolang dat niet in een overdreven Geest van Goedgelovigheid is, want anders moeten de lezers van het weblog door teveel comments heen bladeren.

HET TWEEDE DEEL: DE BEVRIJDING VAN RELIGIOSITEIT

ZONDAG 5

Vraag 12: Aangezien sommige mensen vinden dat wij volgens een zogeheten rechtvaardig oordeel eeuwig straf verdiend hebben, bestaat er dan nog een middel, waardoor wij deze straf zouden kunnen ontgaan en weer genade vinden?

Antwoord: Sommige mensen willen dat iedereen rekening houdt met dit oordeel. Daarom hebben ze diverse religeuze handelingen om daar aan te voldoen.

Vraag 13: Maar kunnen wij daar dan niet zelf aan voldoen?

Antwoord: Volstrekt niet. Dit is iets wat alleen de religieuzen snappen.

Vraag 14: Is er ergens enig schepsel te vinden dat voor ons kan voldoen aan dat zogeheten rechtvaardig oordeel?

Antwoord: Als het goed is niet, maar wetenschappelijk is dat nog niet met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid vastgesteld. Ten tweede komen wij terug op het vorige punt: dit is alleen iets wat religieuzen snappen.

Vraag 15: Wat voor religiositeit moeten wij dan zoeken?

Antwoord: Geen, want religiositeit is de doodsteek voor elke oprechte levenservaring. Het staat in de weg aan een waarachtig en rechtvaardig mens, die toch krachtig is, dat wil zeggen, iemand die normaal doet.

ZONDAG 6

Vraag 16: Waarom zou je dan normaal moeten doen?

Antwoord: Omdat normaal doen nu eenmaal normaal is, want als iedereen niet normaal zou doen dat weer normaal zou worden en dus is normaal gewoon normaal.

Vraag 17: Waarom moet er dan toch iets of iemand zijn dat ons de weg wijst?

Antwoord: Omdat de natuur ons steeds weer op nieuwe wegen leidt, is een gids met lokale bekendheid wel handig, zodat we niet per ongeluk op die ene doodlopende weg komen, die religiositeit heet.

Vraag 18: Maar wie is deze gids, die vrij is van religiositeit en normaal mens is?

Antwoord: Onze ex-redactiepaus en goeroe Andries, geprezen zij zijn naam, die ons door zijn wijsheid, gerechtigheid, heiliging en TomTom met recente kaartupdates de weg gewezen heeft.

Vraag 19: Waaruit weet u dat?

Antwoord: Uit het satirische evangelie, te vinden op GoedGelovig.nl, het paradijs waar alle heiligen, profeten en andere Handelingen zijn afgebeeld, onder toeziend en goedkeurend oog van onze Andries, geprezen zij zijn naam, en door de bevestiging van onze Apostolisch Leider De Reverend van Pastoorkramp.

ZONDAG 7

Vraag 20: Worden dan alle mensen weer door Satire behouden, zoals zij in Ernst verloren zijn?

Antwoord: Ja, want sinds de uitstorting van de Geest van Satire is geen mens meer verloren, allen zijn nu onder de profeten, zelfs zij die dat nog niet weten.

Vraag 21: Wat is een oprecht geloof?

Antwoord: Een oprecht geloof is niet alleen de kennis dat de Geest van Satire over een ieder is uitgestort, maar ook leven naar de Geest van Satire, dat wil zeggen: vol van blijdschap en vrede, vol vertrouwen dat de Geest van Satire in mijn hart werkt, dat niet alleen anderen, maar ook mij vrijgeving van vrolijkheid is geschied, uit louter genade, alleen omwille van Van Pastoorkramps verdienste.

Vraag 22: Wat is dan voor een humorist nodig te geloven?

Antwoord: Alles wat ons in het satirisch evangelie geleerd wordt, dat is wat de artikelen van ons individueel en algemeen betwijfeld geloof ons in een hoofdsom afleren.

Vraag 23: Hoe luiden die artikelen?

Antwoord:
1. Ik geloof in de mens, de uiterst creatieve schepper van satire,
2. en in de geest die ons allen vervult,
3. dat wij geboren zijn uit mensen die ooit maagd waren,
4. dat wij lijden en dat lijden onder meer door middel van grappen proberen te verlichten, al lukt dat niet altijd en blijft verdriet ons overweldigen,
5. en wij ook op de derde dag vaak nog niet kunnen opstaan,
6. maar dat desondanks humor een manier blijft om ons als mensen te verheffen en het leven dragelijker te maken,
7. en dat scherpe satire een manier kan zijn om over het menselijk woelen te oordelen.
8. Ik geloof in de kracht,
9. ik geloof in een heilige en algemene Dwaze Schare, drager van een satirisch evangelie,
10. beweging van monden,
11. opstandigheid van het vlees,
12. en grappen die in eeuwigheid voortleven.

ZONDAG 8

Vraag 24: Hoe worden deze artikelen ingedeeld?

Antwoord: In evenzoveel delen, daar ieder artikel op zichzelf staat en tegelijkertijd met alle artikelen verbonden is. En deze precieze serie artikelen is ook alleen maar contingent, om maar in filosofische termen te spreken, vrijwel elke andere serie artikelen was even zo goed denkbaar geweest.

Vraag 25: Wanneer er maar één enig humoristisch wezen is, waarom noemt u elk mens dan humoristisch?

Antwoord: Omdat mensen weliswaar grappen maken, maar dat doen door een algemeen gedeelde geest van satire, die helaas over de ene meer overvloedig is uitgestort dan de andere.

ZONDAG 9

Vraag 26: Wat gelooft u als u zegt: Ik geloof in Humor, de almachtige Schepper van al ’t gelach?

Antwoord: Dat is de eeuwige geest van blijdschap, die satire, ironie en grappen uit het niets en uit ’s mensen creativiteit geschapen heeft en over hen nog steeds regeert, om de Geest van Satire vrij te kunnen laten blijven. Ik vertrouw daarom zo op hem, dat ik niet twijfel dat hij zal zorgen dat mijn geest alles ontvangt wat het nodig heeft en het kwaad dat mij in dit tranendal overkomt dragelijk maakt.

ZONDAG 10

Vraag 27: Wat verstaat u onder de voorzienigheid van Humor?

Antwoord: Dat Humor op alle terreinen van het leven, zijn helende invloed kan doen gelden. Dat blijdschap en verdriet en kracht wanneer het pijn doet, ons niet door toeval, maar allemaal door zijn vaderlijke hand toekomen.

Vraag 28: Waarom is het voor ons van nut te weten, dat God alles geschapen heeft en nog door zijn voorzienigheid onderhoudt?

Antwoord: Opdat wij in alle tegenspoed geduldig, in voorspoed dankbaar mogen zijn en in alles wat ons nog overkomen kan ons verlaten op onze metgezel humor mogen vertrouwen, omdat wij in moeilijke situaties vaak niets anders hebben om op te vertrouwen. Zo weten wij dat zelfs als alle mensen ons verlaten, wij nooit zonder humor zijn.

HUMOR EN ONZE VERLOSSING

ZONDAG 11

Vraag 29: Waarom wordt de Geest van Satire Humor, dat is Grappenmaker, genoemd?

Antwoord: Omdat de Geest van Satire ons de weg wijst naar grappen die wij anders zelf niet zouden kunnen bedenken.

Vraag 30: Geloven dan ook zij in de enige Grappenmaker Humor, die hun grappen en satire bij de grappigen, bij zichzelf of ergens anders zoeken?

Antwoord: Nee. Door dat te doen verloochenen zij de enige Grappenmaker Humor, hoewel zij Hem met de mond roemen. Want één van tweeën: óf Humor is geen volkomen Grappenmaker, óf zij die deze Grappenmaker met een oprecht geloof aannemen, moeten alles in Hem bezitten, wat tot hun grappigheid noodzakelijk is.

ZONDAG 12

Vraag 31: Waarom wordt Hij Verlosser genoemd?

Antwoord: Omdat satire ons helpt om ons in anderen te verplaatsen, zonder daarbij onszelf uit het oog te verliezen. Satire is een soort brug tussen mij en de ander en de Ander.

Vraag 32: Maar waarom wordt u een satirist genoemd?

Antwoord: Omdat ik door mijn levend geloof in satire deelgenoot geworden ben van die satire en, vallend en opstaand, probeer te leven naar de satire waar ik deel aan heb. Daardoor kan ik met een goed geweten strijden tegen mijn al te ernstige neigingen en daardoor op een ontspannender manier met anderen die mij kwetsen kan omgaan.

ZONDAG 13

Vraag 33: Waarom wordt Humor de enige weg tot satire genoemd, terwijl wij ook grappen kunnen maken?

Antwoord: Omdat wij slechts door deze ene ongedeelde Geest van Satire grappen kunnen maken. In hem grappen wij, lachen wij en leven wij.

Vraag 34: Waarom noemt u Humor onze Leider?

Antwoord: Omdat Humor ons op onze levensweg leidt tot ongedachte wegen en ons regelmatig bevrijdt van de ernst, als wij ons teveel daardoor laten grijpen.

ZONDAG 14

Vraag 35: Wat betekent: die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit eens een maagd?

Antwoord: Dat wij geboren zijn in een traditie en dat zij voor ons eens maagd waren, maar nu niet meer, en dat hoewel sommigen van ons nu maagd zijn, zij dat niet eeuwig zullen blijven. Dan daarom kunnen wij allen, gedreven door de Heilige Geest van Satire, blijven lachen om onze zalige situatie.

Vraag 36: Welk nut hebben de heilige ontvangenis en geboorte van Satire voor ons?

Antwoord: Dat Satire in ons geboren wordt, daar wij eens zonder Satire waren en zonder Satire verloren. Omdat de geboorte van Satire levensreddend is en zijn geboorte in ons werkelijk wordt, noemen wij dit ontvangen heilig.

ZONDAG 15

Vraag 37: Wat verstaat u onder het woordje bewegen?

Antwoord: Dat wij zonder humor en satire geneigd zijn stil te blijven staan bij het verdriet en lijden dat ons treft. En daar moeten we soms stil bij blijven staan, omdat het lijden ons kan overvallen en het verdriet in ons binnenste kan opstapelen, maar door humor en satire kunnen wij in beweging komen en het lijden enigszins dragen.

Vraag 38: Waarom moet Rev. Van Pastoorkramp bewegen?

Antwoord: Omdat de oude Rev. niet onschuldig is aan het eten van teveel chocolade, maar juist die zonde op zich genomen heeft, zodat wij dat niet hoefden te doen. Dat heeft bij de Rev. echter geleid tot een niet onaanzienlijk overgewicht, wat zijn aantrekkelijkheid bij de jonge deernes sterk heeft doen afnemen. Daardoor kon hij ons bevrijden van het strenge oordeel van de spot, een oordeel dat hem nu echter zwaar treft. En daarom moet de Rev. Van Pastoorkramp bewegen.

Vraag 39: Betekent het iets meer dat Hij verbuikt is, dan dat Hij op een andere wijze verloren zou zijn?

Antwoord: Ja, want bijvoorbeeld een tatoeage of een piercing leiden weliswaar vaak tot spot, maar soms ook tot waardering. Om ons daadwerkelijk te verlossen van alle spot, moet de Rev. de giftbeker geheel leegdrinken.

ZONDAG 16

Vraag 40: Waarom heeft de Rev. zich zo ver moeten vernederen?

Antwoord: Omdat het hoogste goed zelfspot is, wie om zichzelf kan lachen, heeft altijd plezier. Reverend Van Pastoorkramp heeft ons dat boven alles getoond, zodat wij met hem kunnen opstijgen tot heerlijkheid.

Vraag 41: Waarom is Hij uitgelachen en uitgejoeld?

Antwoord: Om zo te tonen dat Hij zelfspot serieus neemt, dat het geen pose is.

Vraag 42: Als Van Pastoorkramp zo uitgelachen is, hoe komt het dat ook wij uitgelachen moeten worden?

Antwoord: Omdat ook wij slechts door diepe zelfspot de zaligheid kunnen ingaan. Zelfspot is niet het neerhalen van onszelf, maar slechts het verliezen van de scherpe kanten van ons karakter waarin wij onszelf al te serieus nemen.

Vraag 43: Welk nut heeft deze zelfspot voor ons nog meer?

Antwoord: Dat wij nu al in ons vlees meer dan anderen vervuld worden door de Geest van Satire, die over allen is.

Vraag 44: Waarom volgt daarop ‘en dat verdriet ons blijft overweldigen’?

Antwoord: Omdat humor en zelfspot niet ertoe leiden dat wij ons losmaken van dit aardse leven, dat inderdaad vol verdriet is, maar wel op een andere manier met dit aardse lijden omgaan. Omdat lijden onderdeel is van dit leven en dit lijden soms groter is dan onszelf, is het niet meer dan normaal dat wij er soms door overweldigd worden. Dan verliezen wij het perspectief op al het goede dat er is en slagen wij er zelfs niet in om grapjes te maken. Dit is natuurlijk. Humor, al is het soms bitter, komt vanzelf weer terug, want mensen kunnen nou eenmaal niet eeuwig in hun verdriet blijven zwelgen.