Aan de officier van justitie

Justitie_0Aan de officier van justitie die nog wat tijd over heeft. En dat is een uitstervend ras helaas. Ik bewonder nu alvast uw geduld om dit te lezen.

De afgelopen jaren is op deze website een groot aantal verhalen voorbijgekomen, ook over mensen die wellicht wat meer uw aandacht zouden verdienen. Onze Lieve Heer heeft immers rare kostgangers. Helaas ook kostgangers die het niet zo nauw nemen met de vrijheden die we elkaar zouden moeten gunnen, zowel uit Bijbels perspectief als strafrechtelijk perspectief.

In de Bijbel staan de Tien geboden. Het achtste gebod (of zevende in de katholieke leer) luidt: Gij zult niet stelen. Wellicht zegt de Bijbelse wettekst u niet zoveel maar de artikelen 310 en 326 uit het Wetboek van Strafrecht waarschijnlijk wel. Ik weet dat u deze artikelen kent. U heeft namelijk Rob en Robert-Jan Allart vervolgd (mede) op grond van deze artikelen. Vader en zoon Allart hadden het voor elkaar gekregen om via listige kunstgrepen minstens € 5,2 miljoen binnen te harken met het daartoe opgezette Kingdom Financial Services. Er werden gouden bergen beloofd. En dat allemaal met missionair werk, je zou zeggen dat dan toch de nodige alarmbellen moeten gaan rinkelen. Gedupeerden kunnen helaas op dit moment alleen nog maar bidden dat ze ooit één cent van het geïnvesteerde geld terugzien. De rechter gaf u gelijk in uw strafvervolging en heeft hoge straffen opgelegd.

De Allarts stonden niet op zichzelf met wel heel erg zelfgezind collecteren. Recent heeft u ook het doopceel van een geldteller van de Opwekkingsconferentie gelicht. Of nou ja, doopceel, ik bedoel natuurlijk het bed waaronder de schat verborgen lag in een oude sok.

Nu zijn geld en christelijke zaken klaarblijkelijk ook moeilijk van elkaar te scheiden. Of moet ik zeggen christelijke onkunde en problematische geldzaken? Laat ik u twee voorbeelden geven van mensen die doelbewust bezig zijn met oplichting. Vrij recent stond op deze website nog een verhaal over de financiële en juridische fantast Ronald Plat die met het Project GOSEN niet alleen goedgelovige mensen maar ook de ficus en de AFM probeert een rad voor ogen te draaien.

Met vergelijkbare sprookjes kwam ook Erik Spruyt op deze website voorbij, met het Nordic Capital Investment-fonds. Diens compagnon werd door uw Zweedse ambtgenoot wel aangepakt, maar blijkbaar vond u de zaak nog niet boeiend genoeg. Spijtig.

Maar niet alleen individuele personen gaan de fout in. Want het op orde houden van de financiële huishouding lijkt niet besteed aan christelijke organisaties: TRIN die de hele administratie niet op orde heeft, Real-Life die deurwaarders op de stoep heeft staan en verschillende kerken die extra collectes moeten houden. Zelfs de Nationale Synode weet het huishoudboekje niet voldoende te beheren!

Toch is dit niet waar ik uw aandacht voor wil vragen. Het lijkt mij uiterst nuttig en noodzakelijk dat u een (proef)proces gaat starten om uit te vinden waar de grens ligt tussen christelijke hulp en christelijke waanzin. Ik heb voor u twee casussen. Ik hoop van harte dat u deze zaken oppakt, gerechtelijk onderzoekt en daders ter verantwoording roept in de rechtbank.

Casus 1: Bevrijdingspastor (m/v)

De laatste jaren was er sprake van een heuse trend in christelijk Nederland: bevrijdingspastoraat. Als u een idee wilt krijgen wat dat is, dan zou u eens de Miniserie ‘Bevrijd’ moeten lezen, op deze website.

Bevrijdingspastoraat is een vorm van (al dan niet kerkelijk) pastoraat. Het draait om de hypothese dat het slachtoffer bezeten zou zijn. Dit bezeten zijn wordt dan uitgelegd als: gebonden aan demonische machten, vloeken (al dan niet overgenomen uit de familielijn) en/of geneigd te zijn zaken te doen die niets met een christelijke levensstijl te maken zouden hebben.

De dader, degene die het bevrijdingspastoraat aanbiedt, biedt het slachtoffer de mogelijkheid om bevrijd te worden van deze bezetenheid. Dit kan op afspraak zijn, tijdens daartoe opgezette inloopspreekuren of collectief tijdens grotere bijeenkomsten die al dan niet gratis te bezoeken zijn. Het doel van de bevrijding van bezetenheid is om genezen te worden, of heel te worden als mens. Dit vanuit de gedachte dat een bezetenheid een besmetting vormt in het leven van de christen.

Voorafgaand aan het daadwerkelijke bevrijden van de bezetenheid gaat de dader listig te werk om het vertrouwen te wekken van het slachtoffer. De dader instrueert het slachtoffer zich over te geven aan zijn of haar kundigheid op het gebied van bezetenheid. Deze kundigheid wordt vaak tentoongesteld met het gebruiken van termen uit boeken waar de dader vaak zelf amper wat van heeft begrepen. Daarnaast worden ook vragenlijsten gebruikt die een zeer sterke suggestie wekken dat het slachtoffer te maken heeft met een professionele zorgverlener. Op beide wil ik ingaan.

Het is zeer waarschijnlijk dat de dader het slachtoffer ‘confident’ noemt. De dader zal deze term niet richting het slachtoffer gebruiken maar wel in onderling verband met andere daders of in ondersteunende protocollen die dader heeft opgesteld om zijn of haar handelen te objectiveren. De term confident is ontleed aan het boek ‘Bevrijdingspastoraat’ van Joost Verduijn. Deze term is een expliciete verwijzing naar de relatie tussen dader (in het boek ook wel: de hulpgever) en het slachtoffer (in het boek: de hulpvrager). In het boek wordt uitgegaan van een professionele zorgrelatie, die sterk vergelijkbaar is met de relatie tussen arts en patiënt. Het is nog maar zeer de vraag of de dader ook daadwerkelijk een professionele zorgverlener is die vergelijkbaar is met een arts, een BIG-geregistreerde psycholoog of psychiater. In veel gevallen zal de daartoe benodigde opleiding van de dader geheel ontbreken, niet gedocumenteerd zijn of slechts gedeeltelijk geëxamineerd door een daartoe bevoegde instelling.

Ook is het zeer waarschijnlijk dat de dader gebruik maakt van vragenlijsten of vraaggesprekken waarbij het slachtoffer tal van gegevens prijs dient te geven die onder het medisch beroepsgeheim gevallen. Zo wordt er onder andere gevraagd of en zo ja welke ziektes het slachtoffer onder de leden heeft. Hiermee worden dan de medisch ziektebeelden bedoeld zoals een arts deze zou vaststellen. Er wordt gevraagd of het slachtoffer last heeft van mogelijke psychische stoornissen, depressies en/of zelfmoordneigingen. Er wordt gevraagd naar de seksuele ontwikkeling. Daarnaast wordt vaak ook gevraagd wat de emotionele verhouding was/is tussen slachtoffer en diens kinderen, ouders en grootouders. Deze vragenlijsten hebben dus duidelijk het doel de dader te voorzien van informatie als ware hij/zij een professioneel zorgverlener, aangezien het niet ongebruikelijk is dat vergelijkbare vragen gesteld worden door een daadwerkelijk professioneel zorgverlener zoals een arts, een BIG-geregistreerde psycholoog of psychiater. In veel gevallen zal de daartoe benodigde opleiding van de dader geheel ontbreken, niet gedocumenteerd zijn of slecht gedeeltelijk geëxamineerd door een daartoe bevoegde instelling.

Nadat de vertrouwensrelatie tussen dader en slachtoffer is opgebouwd volgt een bevrijdingsritueel. De verwachtingen van het bevrijdingsritueel bij het slachtoffer over de uitkomst zijn niet anders dan hooggespannen te noemen. Immers het slachtoffer gaat door de dader bevrijd worden van iets wat niet zou passen in zijn of haar christelijke levensstijl. Deze hooggespannen verwachting is vaak ook een bron van daadwerkelijk aanwezige en medisch aantoonbare spanning bij het slachtoffer. Het is niet ongewoon dat het slachtoffer daardoor gedurende het bevrijdingsritueel buiten zinnen raakt. Dit uit zich dan in het maken van spastische bewegingen, hysterisch huilen, onverstaanbaar praten, schreeuwen en andere ongecontroleerde lichaamsbewegingen. Dit wordt door de dader ‘manifesteren’ genoemd, waarmee de dader probeert aan te duiden dat dit om een strijd zou gaan tussen geestelijke machten en niet zo zeer gerelateerd aan de eerder genoemde opgebouwde spanningen.

Enige tijd na het bevrijdingsritueel zal het slachtoffer bemerken dat gevoelens die hij of zij had voorafgaand aan hele bevrijd worden van bezetenheid weer terugkeren. Afhankelijk van de autonomie van het slachtoffer, diens omgeving en vergelijkbare invloeden zal het slachtoffer zich opnieuw wenden tot de dader voor opnieuw een bevrijding. Soms daartoe aangemoedigd door de dader. Ook is het niet ongebruikelijk dat het slachtoffer zich wendt tot een andere dader die zich bezig houdt met vergelijkbare zaken als de oorspronkelijke dader.

deliverance-from-demons-fp

Wanneer het slachtoffer zich weet te onttrekken aan door de dader gevestigde autoriteit breekt er een nieuwe fase aan. In deze fase komt het slachtoffer tot de realisatie dat hij/zij niet geholpen is door de dader. Daarna is vaak langdurige daadwerkelijke professionele psychische hulpverlening nodig om het slachtoffer weer op de been te helpen, niet in de laatste plaats om weer vertrouwen in de mensheid te herwinnen. De dader heeft het slachtoffer in alle gevallen psychische schade toegebracht. Daarnaast is er vaak ook sprake van economische schade. Deze economische schade bestaat dan uit de vrijwillige collectes, verkoop van boeken, cd’s, dvd’s, vragenlijsten, cursusgelden en soortgelijke zaken. De dader gebruikt deze economische middelen om zijn of haar misdadige praktijk voort te zetten.

De dader is in mijn ogen schuldig aan het overtreden van artikel 255 uit het Wetboek van Strafrecht. Dit artikel stelt het volgende:

“Hij die opzettelijk iemand tot wiens onderhoud, verpleging of verzorging hij krachtens wet of overeenkomst verplicht is, in een hulpeloze toestand brengt of laat, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.”

De bestandsdelen van dit delict zijn (1) een behandelovereenkomst en (2) het in hulpeloze toestand breng of laten.

Er ontstaat een ongeschreven behandelingsovereenkomst zoals bedoeld in artikel 446 boek 7 Burgerlijk Wetboek. Door de beschreven houding en kunstgrepen moet de dader gezien worden als iemand die pretendeert een hulpverlener te zijn zoals bedoeld in artikel 446 boek 7 Burgerlijk Wetboek. Er is sprake van beroepsmatig handelen doordat de dader zijn of haar modus operandi met enige regelmaat herhaalt. Het doet niet ter zake of dit fulltime of parttime is. Het herhalen van de modus operandi is voldoende om te spreken van beroepsmatig handelen. Er is sprake van geneeskundig handelen omdat de dader door de beschreven houding en kunstgrepen gezien moet worden als iemand die vergelijkbaar is met een BIG-geregistreerde psycholoog. Het geneeskundig handelen van een psycholoog bestaat onder andere uit het analyseren van gedrag aan de hand van vragen die gesteld worden aan de patiënt. Het behandelen van de patiënt bestaat uit het leren omgaan met gevoelens en het denken over bepaalde zaken. Uit de modus operandi van de dader blijkt dat deze overeenkomstig handelt. Doordat het slachtoffer uitgaat van de gepretendeerde kwaliteit van de dader ontstaat er een behandelovereenkomst.

De dader weet dat het slachtoffer om hulp verlegen zit met de vraag om bevrijding van bezetenheid. Er is dus sprake van een hulpbehoevende situatie. Omdat de dader geen professioneel hulpverlener is zal er ook nooit een daadwerkelijk geneeskundig handelen volgen zoals bedoeld in afdeling 5, titel 7 boek 7 Burgerlijk Wetboek. Doordat er geen sprake is van geneeskundig handelen volgt er ook geen verandering in de hulpbehoevende situatie van het slachtoffer. Er is tenminste sprake van het in hulpeloze toestand laten van het slachtoffer. Als het slachtoffer nadat die zich onttrokken heeft van de dader daadwerkelijke professionele hulpverlening nodig heeft dan is er zelfs sprake van het in hulpeloze toestand brengen van het slachtoffer door de dader.

Daarnaast verzamelt de dader bijzondere persoonsgegevens zoals bedoeld in de Wet bescherming persoonsgegevens, namelijk gegevens over de gezondheid van het slachtoffer. Indien deze gegevens verwerkt zijn door de dader dan is hier ook een probleem. Ook hier heeft te gelden dat doordat de dader zich gedraagt als een professioneel hulpverlener ook dezelfde wet- en regelgeving van toepassing zijn op de dader als bij de daadwerkelijk professioneel hulpverlener. De bijzondere persoonsgegevens die de dader verzamelt van het slachtoffer vallen onder het medisch beroepsgeheim. De dader zal ook voorzieningen moeten treffen om adequaat zorg te dragen dat deze gegevens ook als zodanig behandeld worden. Omdat deze voorzieningen bij de dader niet aanwezig zijn schendt de dader het medisch beroepsgeheim en daarmee artikel 272 Wetboek van Strafrecht.

Als strafeis zou ik komen tot: 9 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 voorwaardelijk, een onvoorwaardelijke geldboete van € 8.500,- en een schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer waarmee tenminste de kosten voor de psychische hulpverlening van het slachtoffer betaald kunnen worden. De geldboete dient met name de afschrikkende functie om andere daders te laten weten dat het echt niet door de beugel kan.

Casus 2: (Christelijke) Sekten

Het andere wat ik aan u voor wil leggen is de – in ieder geval in de juridische wereld in verband met de botsing van verschillende klassieke grondrechten – problematische situatie rondom sekten in Nederland.

Vergelijkbaar met de situatie uit de eerste casus speelt er bij sekten altijd een autoriteitsconflict tussen dader en slachtoffer, waar bij het slachtoffer vaak niet duidelijk is dat daar sprake van is. Wat is er (generaliserend) vaak aan de hand bij sekten? Wat zijn kenmerken van een sekte? Wanneer komt het punt dat u zou moeten ingrijpen? Als het fout gaat met sekten dan zijn de gevolgen vaak niet te overzien; zo is in het verleden wel gebleken. Denkt u bijvoorbeeld maar eens aan toestanden rondom Jim Jones eind jaren ’70 van de vorige eeuw of de Beweging tot herstel van de 10 geboden van God in Uganda in 2000 waarbij honderden mensen om het leven gekomen zijn als gevolg van het handelen van deze sekten. Wat daar vaak aan vooraf gaat is steeds eenzelfde patroon.

Een sekte begint vaak als een wat meer uitgesproken zijtak van een bestaande, geaccepteerde geloofstraditie. De leider of leiders presenteren wat in eerste instantie een nagenoeg gelijke boodschap lijkt te zijn aan de hoofdstroming, maar stellen tegelijkertijd dat de hoofdstroming niet geheel ‘zuiver’ in de leer is. Een wat meer radicalere opvatting zou dan wel de oplossing zijn. De leider of leiders zijn vaak charismatische persoonlijkheden die geen moeite hebben om voor grotere groepen mensen te spreken.

Na verloop van tijd splitst deze groep van gelijkgestemden zich onder leiding van hun leider of leiders af van een hoofdstroming tot een aparte groep. Tot op dit moment vond het merendeel van de handelingen van de groep plaats in de openheid. Dat wil zeggen: er waren gratis, openbare bijeenkomsten waar verder geen bijkomende verplichtingen opgelegd werden. Op het afsplitsingmoment verandert dat vaak. Leden van de groep moeten duidelijk uitspreken dat ze onderdeel wensen te zijn van de groep en niet meer van ‘die andere’ of de rest van de wereld. Hiermee wordt een eerste stap gezet richting geslotenheid naar buiten toe.

Naar mate de tijd verstrijkt neemt ook de sociale controle in de groep toe. De leider of leiders van een groep willen goed op de hoogte gehouden worden van het wel en wee. Daartoe wordt vaak een net van sterke interne sociale controle opgezet waarbij leden van de groep worden aangemoedigd om gedrag dat niet in de nieuwe, geradicaliseerde leerstellingen van de groep past te melden bij de leider of leiders. Een lid van de groep dat zich iets anders gedraagt dan de rest wordt voor een loyaliteitsconflict gesteld: kiest het lid voor de groep of voor de (boze) buitenwereld? Dit is een tweede stap in geslotenheid naar buiten toe.

In deze fase kan de groep nog redelijk open lijken in haar activiteiten, maar er is een duidelijk verschil tussen zij die erbij horen en zij die er niet bij horen. Publiekelijke activiteiten willen dus niet zeggen dat er geen sprake is van een mate van geslotenheid.

sekte

De gevaarlijkste, derde stap tot geslotenheid, is het bij elkaar gaan leven door de leden van de groep. Dit kan in duidelijke collectieve woonvormen gebeuren, zoals communes, of minder duidelijk waarbij leden nog wel in hun eigen huis blijven wonen maar alle vrije tijd die ze hebben doorbrengen bij activiteiten van de groep. Als de derde stap is gezet dan merkt de buitenwereld dat wellicht doordat de leden van de groep geen ander contact met de buitenwereld hebben dan het strikt noodzakelijke. Er is dan vaak geen contact meer met vrienden of familie. Het enige sociale contact dat de leden van de groep hebben is het contact in de groep.

Na deze stap heeft de leider / hebben de leiders van de groep vrij spel. Ze kunnen doen en laten wat ze willen met de leden van de groep. De leden van de groep zullen het leiderschap niet snel in twijfel durven te stellen, want dat zal in strijd zijn met de geradicaliseerde leerstellingen van de groep. Er is geen sprake meer van gelijkwaardigheid in de vrijheid van opvattingen door de leden van de groep en de leiding van de groep. Door eerdergenoemde loyaliteitsconflicten en keuzes die de leden van de groep hebben moeten maken zijn ze ook afhankelijk geworden van de leiding van de groep. In deze fase zien de meeste mensen de groep dan ook niet meer als groep maar noemen het een sekte. Afhankelijk van de helderheid van geest van de leiding van de groep vinden er dan activiteiten plaats die volkomen normaal zijn, ietwat apart zijn of strafrechtelijk laakbaar. Zo zou je het collectief knuffelen van bomen door een bepaalde, gesloten groep mensen ietwat apart kunnen noemen. Maar het gezamenlijk eten van ontbijt, lunch en diner weer volkomen normaal.

Waarom zou u als officier van justitie dan toch moeten ingrijpen als er nog geen sprake is van strafrechtelijk laakbare handelingen? Er is gewoon een probleem met de persoonlijke vrijheid van elk individueel lid van de groep. Een individueel lid heeft niet meer de vrijheid om de geradicaliseerde geloofsopvattingen of geloofsleer ter discussie te stellen. Daarmee bedoel ik niet alleen dat er wellicht geen feitelijke discussie daarover mogelijk zou zijn, maar ik doel vooral op het feit dat het (gedeeltelijk) afwijzen daarvan gevolgen heeft voor het individu. Deze gevolgen kunnen zijn: bestraffing binnen het groepsverband, excommunicatie of zelfs doodsbedreigingen. Door de groep wordt dit uiteraard een uiting genoemd van het geloof.

Hoewel dit niet altijd zo expliciet als hier omschreven duidelijk wordt is dit wat er speelt. Ik ben van mening dat de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van godsdienst zodanig uitgelegd dient te worden dat het een ieder individu vrij moet staan te allen tijde dingen te vinden omtrent een geloof hoe hij of zij dat dan ook maar wil. Ook als dit wellicht tegen de opvattingen van dat geloof is. Wanneer deze vrijheid niet langer meer aanwezig is dan is iemand niet langer meer in staat om een eigen mening te vormen en daarmee zijn of haar eigen wil te bepalen. Het wegnemen van deze vrijheid door de leiding van een groep (of sekte) zou gewoon strafrechtelijk vervolgbaar moeten zijn. Helaas is dat nu nog niet altijd het geval.

In een verkennend onderzoek onder de titel ‘Het warme bad en de koude douche’ heeft ons centraal overheidsapparaat op 9 oktober vorig jaar een rapport uitgebracht over de actuele situatie rondom sekten in Nederland. In dit rapport wordt ingegaan op de waarschijnlijke aanwezigheid van sekten in Nederland, de omvang van die sekten, enkele juridische aspecten en enkele aspecten voor de (geestelijke) gezondheidszorg.

Ik wil u uitdagen om een proefproces te voeren met een ex-sektelid om aan te tonen dat suggesties die in dat rapport worden gedaan niet overbodig zijn en hard nodig zijn voor de praktijk. Het gaat dan om de artikelen 284 (ontnemen van de persoonlijke vrijheid middels dreiging), 300 (mishandeling), 317 en 318 (afpersing en afdreiging) uit het Wetboek van strafrecht. Kort samengevat stelt het rapport dat de wettelijke bepalingen nu steeds net niet ruim genoeg zijn voor u om daadwerkelijk tot succesvolle vervolging over te gaan.

GG-reageerder ThaFizzy nam het initiatief voor de Miniserie ‘Bevrijd’. Hij is werkzaam als jurist.

16 responses to “Aan de officier van justitie”

  1. Engel says :

    Boeiend artikel. Geeft weer veel stof tot nadenken.

  2. kleautzak says :

    waarom nou stoppen met GG😥 *begint te huilen*

    Kan zondag ook al niet *begint nog harder te huilen*!

  3. FlevoA says :

    De rillingen liepen over mijn rug toen ik het las, GG zou ik los hiervan al niet snel vergeten, maar dit is wel een dikke plus daar boven op.

  4. Rinus Incognita says :

    Klasse! Eeuwig zonde (misschien wel letterlijk?) dat GG ermee stopt! Mos nie maggen😦

  5. De Dichter says :

    ach hou op met huilen watjes,,het is bijna 1-4-2014…

  6. Professor Prietpraat says :

    Ik wil nog wel even reageren op het gedeelte over bevrijdingspastoraat. Op basis van het volgen van een bepaalde groep die meent mensen te kunnen bevrijden (of die in de eerste plaats geld daarin ziet) en die dat doet op een specifieke manier wordt het hele fenomeen bevrijdingspastoraat als iets crimineels en verwerpelijks omschreven waarbij kenmerken worden genoemd die voor alle vormen van bevrijdingspastoraat zouden gelden.

    Bij bevrijdingspastoraat als God daar iets mee van doen heeft dan zijn er ook geen vragenlijsten nodig maar geeft God aan de hulpverlener door waar de problemen zitten. Als het mensenwerk is dan moeten er lijstjes en cold Reading aan te pas komen om de problemen te achterhalen en moet men gaan vissen of moet iemand een probleem worden aangepraat. Dan is er veel overeenkomst met een medium of paragnost. Het resultaat is inderdaad meer schade en geen hulp. Als bevrijdingspastoraat aangeboden wordt met het oogmerk eraan te verdienen is dat in mijn ogen wel zo ongeveer het laagste waar je als mens toe kan vervallen.

    Een goede hulpverlener hoeft in mijn ogen niet altijd iemand te zijn die een universitaire studie psychologie heeft afgerond maar moet wel iemand zijn die geld op de allerlaatste plaats heeft staan en altijd bezig moet zijn en moet blijven nadenken over of zijn of haar clienten echt beter worden, geholpen zijn met de sessies. Als blijkt uit feedback, bevraging naderhand dat clienten geen baat hebben bij de ¨behandeling¨ dan trekt een mens die bewogen is met zijn medemens zijn conclusies. Toegegeven ken ik weinig mensen in de kerk die zich met bevrijdingspastoraat bezig houden of hielden, die resultaat gericht waren en die naderhand nog geïnteresseerd waren in of de client echt geholpen was. In tegendeel, mijn ervaring is dat velen niet willen erkennen dat er iets niet klopt aan hun geweldige bediening en als mensen niet veranderen dan ligt de fout bij die client en dat weten ze in lengte van jaren vol te houden en zo houden ze zichzelf en iedereen voor de gek.

    Een goede pastoraal werker die zich met bevrijdingspastoraat bezig houdt weet dat hij geheel afhankelijk is van God en wat Gods Geest hem ingeeft en dat hij van zichzelf op dit gebied vrijwel niets te bieden heeft dan alleen wat Bijbelse príncipes die hij of zij heeft geleerd die als basis dienen. Een mens kan niemand bevrijden met wat voor ritueel of woorden dan ook. Als God niet aan het werk is dan is het nutteloos en kan zelfs gevaarlijk zijn. Niet alleen als je in een bovennatuurlijke wereld gelooft maar ook in psychische zin zoals Thafizzy al aangaf. Het is zelfs zo dat God aangeeft of je iemand als client moet aannemen of niet. Net zoals de discipelen in de Bijbel niet voor elke zieke badén en niet elke gestorvene lukraak uit de dood probeerden op te wekken zonder eerst in gebed te gaan en om God om leiding en Zijn wil te vragen in deze.

    Concluderend: scheer niet alles en iedereen over 1 kam. Zelfs in PKN kerken komt wel eens bevrijdingspastoraat voor maar zoveel mensen, zoveel manieren. Maak van goedbedoelende mensen die proberen naar beste weten en met Gods hulp en leiding en met bijbelse príncipes mensen te helpen, zonder zich te verrijken, geen kwakzalvers en criminelen.

  7. rob says :

    @Onno

    Een goede pastoraal werker die zich met bevrijdingspastoraat bezig houdt weet dat hij geheel afhankelijk is van God en wat Gods Geest hem ingeeft en dat hij van zichzelf op dit gebied vrijwel niets te bieden heeft dan alleen wat Bijbelse príncipes die hij of zij heeft geleerd die als basis dienen. Een mens kan niemand bevrijden met wat voor ritueel of woorden dan ook. Als God niet aan het werk is dan is het nutteloos en kan zelfs gevaarlijk zijn. Niet alleen als je in een bovennatuurlijke wereld gelooft maar ook in psychische zin zoals Thafizzy al aangaf. Het is zelfs zo dat God aangeeft of je iemand als client moet aannemen of niet. Net zoals de discipelen in de Bijbel niet voor elke zieke badén en niet elke gestorvene lukraak uit de dood probeerden op te wekken zonder eerst in gebed te gaan en om God om leiding en Zijn wil te vragen in deze.

    Wat je hier schrijft is ook problematisch.

    Je stelt dat je jezelf volledig buiten schot moet houden en je volledig door God moet laten leiden.
    Niets is moeilijker dan het zogenaamde onderscheid aan te brengen.
    En God zal ook gebruik kunnen maken van de al aanwezige inzichten, toch?

    Het is mooi om Gods leiding te vragen, maar hoe ontvang je die leiding als duidelijke leiding van God?

  8. Pittig says :

    @ Onno

    Ik deel de vragen van rob ook.

    Bij bevrijdingspastoraat als God daar iets mee van doen heeft dan zijn er ook geen vragenlijsten nodig maar geeft God aan de hulpverlener door waar de problemen zitten.

    Waarom geen vragenlijsten? Ik weet wel dat de mogelijkheid van manipulatie groter wordt, maar ik zou juist zoveel mogelijke gegevens inwinnen.

    Ik vind dit ook een gevaarlijke uitspraak en de vragen van rob zijn in mijn ogen heel scherp en sterk. Want de hulpverlener kan er nog steeds helemaal naast zitten, ook zonder vragenlijst. Er is altijd tussenkomst van mensen!

    Ik zou ook kunnen zeggen: Als God er iets mee van doen heeft, kan Hij ook wel iemand bevrijden zonder tussenkomst van welke mens dan ook.

    Juist om ervoor te zorgen dat manipulatie en machtsmisbruik plaatsvindt, zijn allerlei “menselijke” controlemiddelen broodnodig. Dus geen bevrijdingspastoraat zonder uitgebreide psychologische kennis. Dat hoeft de persoon zelf niet te hebben, maar schakel dan anderen in. Er zijn zoveel zaken als demonisch beschouwd, die dat helemaal niet waren, dat we hier héél voorzichtigt in moeten zijn. Denk maar aan linkshandigheid, schizofrenie, etc.

    Mensen die met problemen bij het bevrijdingspastoraat aankloppen, zijn echt op hun meest kwetsbaar en als de diagnose er helemaal naast zit, heeft dat ook grote gevolgen, meer dan in welke andere vorm van pastoraat ook. Dat vergt dus heel veel controle, dubbelcontrole en gebruik van zoveel mogelijk “menselijke” middelen.

    En dan dus nog de theologische vragen die rob stelt. Wie krijgt er nou precies door wat God wil en kan met zekerheid zeggen dat eigen ideeën, verlangens en belangen dat niet verdraaien?

    Lees het boek Jona en Nahum maar eens achter elkaar en je ziet dat er in de bijbel al interne kritiek is op uitspraken die aan God toegeschreven worden.

  9. Pittig says :

    @ ThaFizzy

    Nog niet eerder op deze manier naar duiveluitdrijvingen e.d gekeken, maar ja, ik ben ook geen jurist.🙂

    Een professionalisering van het bevrijdingspastoraat lijkt me nodig. Zonder uitgebreide psychologische kennis kan het zo snel een hele gevaarlijke bezigheid worden.

    Over de aanpak van sekten: Voor het rapport “Het warme bad en de koude douche” ben ik door de opstellers benaderd. Ik gaf allerlei zaken uit het Ooit Evangelisch-onderzoek aan, maar het bleek in het gesprek daarover al snel dat het nogal moeilijk is om scheidslijnen aan te brengen tussen sekten en andere groepen, wat nou precies strafbaar is en of dat niet in de huidige wetgeving al aangepakt kan worden. Dan is er ook nog het praktische probleem is dat er een taboe op rust. Mensen schamen zich voor hun “keuze” om lid van een sekte geweest te zijn of ze zijn nog steeds op allerlei manieren verbonden aan de sekte.

    Een proces van een ex-sektelid ben ik wel heel benieuwd naar.

    Ik ben van mening dat de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van godsdienst zodanig uitgelegd dient te worden dat het een ieder individu vrij moet staan te allen tijde dingen te vinden omtrent een geloof hoe hij of zij dat dan ook maar wil. Ook als dit wellicht tegen de opvattingen van dat geloof is. Wanneer deze vrijheid niet langer meer aanwezig is dan is iemand niet langer meer in staat om een eigen mening te vormen en daarmee zijn of haar eigen wil te bepalen. Het wegnemen van deze vrijheid door de leiding van een groep (of sekte) zou gewoon strafrechtelijk vervolgbaar moeten zijn.

    Moeten we de PVV dan niet ook aanpakken?😉 En wat van wetenschappers die in wonderen geloven? Of een kind dat snoep wil? Een christelijke school die mensen wil die hun principes kunnen onderschrijven, de COC en elke groep die ergens voor staat. Er wordt toch overal enorm veel vrijheid ontnomen?

    Of lees ik het niet goed? Mijn juridische opleiding heeft zich ook maar beperkt tot wetteksten van 2500 jaar geleden…😉

  10. thafizzy says :

    @Pittig

    Scheidslijnen
    Als uitgangspunt kenmerkt het strafrecht in Nederland zich door de duidelijke omschrijvingen van gedrag dat met een straf bedreigd wordt. Wanneer uitsluitend op die manier gekeken wordt naar ‘mag wel’ en ‘mag niet’ dan zal het vrijwel altijd mogen (dit opnieuw: in het algemeen). Maar… uiteraard is dit de basisvariant, en is de praktijk meer complex.

    De ‘zwart-wit’ benaderingswijze zou standaard een probleem opleveren in zaken waarbij er onzedelijke handelingen verricht zijn met kinderen. Keihard bewijs daarvoor ontbreekt bijna altijd. In dat soort zaken wordt substitutie-bewijs ook als bewijs geaccepteerd. Denk hierbij aan de ‘poppenspelmethode’ waarbij een kind met anatomisch correcte poppen de onzedelijke handelingen moet naspelen. Het rapport hiervan kan samen met ander ondersteunend bewijs een basis vormen voor een veroordeling van een zedendelinquent. Dit is een algemeen geaccepteerd gebruik in Nederland, maar ook elders in Europa.

    Ook niet ongebruikelijk in het strafrecht om tot een conclusie te komen dat er sprake is van opzet danwel schuld aan de hand van meerdere bouwstenen, waarbij de uiteindelijke conclusie dan is dat iemand wel of niet opzettelijk danwel wederrechtelijk heeft gehandeld.

    De kunst is uiteindelijk om niet de ene (sektarische) groep met de andere (sektarische) groep te vergelijken en daar dan een conclusie uit te trekken maar dit af te zetten tegen de mate waarin het slachtoffer zelf in zijn/haar vrijheid beperkt is door de sekte. Vergelijkingen tussen groep A en B zullen altijd mank lopen. De vrijheid die iemand uiteindelijk nog heeft binnen een sekte afgezet tegen de klassieke grondrechten is meer objectiveerbaar.

    Op die manier zou je het mijns inziens echt op en zelfs over de grens trekken van strafrechtelijke verwijtbaarheid. Waar je niet op zit te wachten is dat slachtoffers in juridisch getouwtrek over definities verzanden die jaren kunnen duren. Daarom zou het goed zijn dat de genoemde wetteksten echt heel minimaal worden opgerekt zodat hierover geen twijfel ontstaat. In dat geval kan het Openbaar Ministerie ook doortastender handelen, getuigenbeschermingsprogramma’s aanbieden, enzovoorts. Daarmee los je denk ik ook een belangrijk deel van de praktische problemen op.

    Vrijheden
    In alle voorbeelden die je geeft is er altijd nog de keuze om op een andere plek en/of een andere manier diezelfde vrijheid uit te oefenen. Juist daar is geen sprake meer van in de genoemde situatie, als gevolg van de soms fysieke soms psychologische onderdrukking.

    Juridisch verwijs je naar de situatie waarbij twee partijen beroep doen op hetzelfde of conflicterende grondrecht. Om echt antwoord te geven op die stelling moet ik je verwijzen naar de dubbele proportionaliteitstest in het geval van botsende (klassieke) grondrechten. En dat is echt voer voor juridische discussies. Echt heel kort door de bocht en juridisch totaal niet genuanceerd houdt de dubbele proportionaliteitstest in dat grondrechten beperkt kunnen worden bij wet zover dat nodig is een democratische samenleving. Als dat wordt gewogen dan trekt een van de twee partijen aan het kortste eind.
    Hier zijn echt hele boekenreeksen over vol geschreven. Ik kan je niet in een paar regels tekst juridisch genuanceerd genoeg zeggen waar die nuances zitten. Op verzoek kan ik je wel wat boeken daarover aanraden.

  11. Wilfred says :

    @Thafizzy: Het eerste gedeelte vind ik mooi opgebouwd. Maar het is denk ik niet eenvoudig te realiseren. Zelfs de Nederlandse Vereniging tegen de Kwakzalverij heeft het moeilijk om bepaalde behandelwijzen te bestrijden.

    Juist daar is geen sprake meer van in de genoemde situatie, als gevolg van de soms fysieke soms psychologische onderdrukking.

    Maar dan loop je wel tegen een probleem aan qua bewijslast. Want hoe toon je psychologische onderdrukking aan als de persoon in kwestie dat bestrijdt?

  12. Pittig says :

    @ ThaFizzy

    Wat jammer dat we hier niet zoveel verder over kunnen praten, omdat GG onze vrijheid van meningsuiting op GG drastisch gaat beperken!😦

    Het zijn wel belangrijke zaken die je aankaart.

    Hoe kijk jij trouwens tegen de Franse methode aan waar er een sektenlijst is en ze ‘harder’ aangepakt worden?

  13. thafizzy says :

    @Wilfred

    Het probleem daar zit vooral in de vraag of er een behandelovereenkomst tot stand komt of niet. Daar lopen de meeste zaken ook op stuk. Wat mij betreft moet er worden afgestapt van de visie dat 255 Sr alleen op BIG-behandelaars zou mogen slaan, maar ook van toepassing is op mensen die zich als zodanig gedragen. Daar heeft de anti-kwakzalversclub in mijn ogen al regelmatig terecht voor gepleit.

    Het veronderstelde bewijsprobleem bestaat wat mij betreft niet; dit bouw je gewoon op uit feiten en omstandigheden zoals je dat ook zou doen bij dreiging, afpersing enzovoorts. Er moet dan ook wel echt wat aan de hand zijn, alleen het verhaal dat een vermoedelijke dader het slachtoffer onderdrukt is niet voldoende; maar mailtjes, smsjes, opdrachten op om bepaalde zaken te doen of na te laten, verklaringen van ouders, familie, vrienden, enzovoorts kunnen tezamen opleveren dat er voldoende aanleiding is om aan te nemen dat er sprake was van.

  14. thafizzy says :

    @Pittig

    De criteria van die lijsten zijn met gemak voor meerdere interpretaties vatbaar. Het is een soort van leidraad, maar er schuilt ook een gevaar in: sektes op dergelijke lijsten zullen nog meer moeite doen om zich aan het zicht (van autoriteiten) te onttrekken waarbij de kans op uitwassen nog groter wordt.

    Ik zou ervoor pleiten dat elk geval apart op individueel niveau bekeken moet worden, waarbij in voornaamste mate gekeken wordt naar de mate waarin het slachtoffer nog wel gebruik kon maken van de (klassieke) grondrechten die hem of haar in algemene zin toekomt. Heel belangrijk daarbij is ook de autonomie die het slachtoffer daarbij zelf nog heeft, per grondrecht. Hoe minder vrijheid en hoe minder autonomie, hoe eerder er sprake is van een strafbaar feit.

  15. Wilfred says :

    @Thafizzy:

    Er moet dan ook wel echt wat aan de hand zijn, alleen het verhaal dat een vermoedelijke dader het slachtoffer onderdrukt is niet voldoende; maar mailtjes, smsjes, opdrachten op om bepaalde zaken te doen of na te laten, verklaringen van ouders, familie, vrienden, enzovoorts kunnen tezamen opleveren dat er voldoende aanleiding is om aan te nemen dat er sprake was van.

    Maar veronderstel je dan niet dat het ‘slachtoffer’ meewerkt? Als die dat niet doet, kun je alleen maar een casus opbouwen op basis van wat bij die andere personen bekend is. Het kenmerk van een sekte is nou juist, dat ze dat zullen willen beperken. En als jij als ‘slachtoffer’ weerspreekt dat je onderdrukt wordt, hoeveel circumstantieel bewijs denk je dan dat je nodig hebt om tot een veroordeling te kunnen komen? Ik denk dat dat onder het nederlandse recht niet snel zal kunnen.

  16. thafizzy says :

    In de basis blijf je wel hangen in de sfeer van art. 284 en 318 Sr en dat zijn gewoon een klachtdelicten. Het slachtoffer zal dus wel in enige mate moeten meewerken.

    Alleen het helpt wel (ook in de aangiftebereidheid, familie/vrienden die daartoe ondersteund) dat er ook echt succesvol werk van wordt gemaakt en dat het niet verzandt in juridische steekspelletjes. Vandaar mijn oproep om de in mijn artikel genoemde artikelen ruimer te zien.