Vreemde ogen dwingen

IMG_6309_01‘Vreemde ogen dwingen’ – een schouwspel in drie bedrijven, door Rikko Voorberg

Proloog:
De ogen vanaf de tribune branden op mijn vingers. Ik blader snel door naar de goede bladzij van het missaal. Tussendoor werp ik steels een blik omhoog en kijk recht in twee ogen, die dwars door me heen lijken te kijken. Mijn lippen die ritmisch meedeinen op de overbekende liturgie vertragen en ik wauwel nog wat in slowmotion. Dit is niet meer tussen mij en de priester, dit is niet meer tussen mij en mijn broeders en zusters. Er zijn ogen boven, vreemde ogen. Ogen die dingen dwingen.

In de weken van de Tribune in de Vredeskerk keken drie paar ogen omstebeurt naar de bogen van kerk, de gewoontes van het volk, naar het wiegend wierookvat en het fijne spinrag in de hoeken en gaten van dit godsgrote gebouw, de Vredeskerk. De bezoekers worden bekeken, de kerkgang gevolgd. Niet alleen meer door de door de kerkganger bevroedde ogen van God, maar ook door de heel fysieke ogen van drie bijzondere onkerkelijke kunstenaars. Welkom in de kerk, nieuwsgierige ogen, kunstenaars van de Tribune. Welkom in het heilige, welkom bij ons – al vrezen we je vreemde ogen.

_Y3J8933Eerste bedrijf: De Godsgrote berg
Mathilde zag het meteen. Een bastion als een berg, begroeid van buiten en bezwangerd van binnen. Bezwangerd van het heilige dat dagelijks vele malen wordt geboren, gebroken, verdeeld en verteerd. Zij zag dat we ons geloof hebben ommuurd met dikke wanden van gebogen steen. Een cocon voor onze beleving. Daarbinnen is het veilig, daarbinnen is het heilig. God heeft zijn intrek genomen in onze knusse gebouwen en hij ruikt naar wierook, klinkt als een klok en zingt als een orgel met schorre oude-mensen stemmen. Na de dienst smaakt hij als koffie en voelt hij als een warm bad van gezelligheid op een stille ochtend in de stad. Buiten vervluchtigt hij in de open lucht. Hij verdwijnt in de tram die verwoed bellend bijna over onze geheiligde tenen rijdt en in de zeikregen die onze gewijde hoofden doet wegduiken in onze kraag. Heel even ruikt het nog naar God. Maar na een paar minuten stevig fietsen is hij echt verdwenen. Gelukkig is er straks weer een zondag of als we zouden willen is er zelfs morgen weer een mis. Dan komen we weer buurten, God. Dan komen we weer aan je knabbelen en proeven, daar ruiken we weer je geur en is het leven even goed.

_Y3J8960Wij hebben God een eigen berg gegeven met holen en krochten, met krypten en biechten. Een plek om te schuilen. Een plek om te zijn. Een holenberg waarin godvruchtigen de weg kennen en priesters de lakens uitdelen zodat we ons te ruste kunnen leggen. Een holenberg voor een schepper God die weliswaar almachtig is, maar het liefst in windsels in de armen van zijn moeder ligt. Dat zagen de vrouwenogen van de tribune. Dat zag ze in haar wandeling langs de begroeide buitenmuur en de gewijde binnenmuur. Het is een godsgrote berg met een binnenkant van mysterie. Wij hebben ons geloof ommuurd. We hebben God een spelonk gegeven. Een welriekende bescherming voor onze beleving. Daarbinnen durven we te geloven dat hij daarbuiten is. Dan wel. Daar wel.

IMG_0799Tweede bedrijf: De vriendelijke vogelaar
Zij keek niet alleen maar, Sachi staarde. Als een vogelaar in de provincie, een hertenspotter op de Veluwe. Zij keek naar ons, zoals ik vroeger reeën ging kijken met mijn vader, zo tegen een uurtje of zes ’s avonds als de zon onderging. Muisstil zagen wij vanuit een houten optrekje de kudde die een verborgen eigen leven leidde. We wilden dichtbij hen zijn, maar wisten dat ze ons niet zouden kunnen verdragen. Zo bouwde Sachi zich in, zij ommuurde zich met hout. Voor haarzelf en voor ons. Zo keek zij vanaf het balkon en heel langzaam verdween onze kopschuwheid en kon ze zich even mengen in de kudde, in ons aparte ras, ons vreemde volk, onze geheiligde natie, Gode ten eigendom. Zij was een eigenzinnige monnik met oordopjes tegen de oorverdovende stilte. Een stilte die wij hadden gecreëerd voor onze God, een oneindige ruimte voor onze verbeelding, een oneindig mysterie. Maar zij begon te tellen en te rekenen. En wij telden met haar mee. Samen telden we zo de omvang van ons geloof. 143.158 bakstenen rondom. Dat was het. In totaal. Liefdevol in kaart gebracht. Groter is het niet. Kleiner ook niet. Wij lieten haar toe in de kudde en staan nu met een getal in onze handen. We zijn gezien. Groter zijn we niet: 143.158. Kleiner ook niet. Dat scheelt.

IMG_0731 IMG_0752

Derde Bedrijf: een verpakking van leegte
Een huis voor de stilte, een plek voor de horizon om te wonen. Dat hebben we gezocht en dat heeft Esther gezien. Dat liet zij ons zien. Wij zagen dat de muren van de stilte opeens stopcontacten bevatten. Langs de wanden waarmee wij de horizon vingen, liepen doodgewone kabels. Zij verpakte onze verpakking, zoals wij dat deden met God. Wij realiseerden dat we de wind hadden proberen in te vangen. Dat we snel de deuren hadden gesloten, toen we haar voelden. Dat we haar niet wilden laten ontsnappen. We begrepen dat we de vuurgloed die we voelden, hadden proberen op te slaan in ons altaar. We hadden het licht gezien en er snel een ruimte omheen gezet. En binnen werd het stil, windstil. Het werd koud en zelfs overdag nog duister. Waar was de wind, de vuurgloed en het licht? Wij bouwden een huis voor onze God en nu is het binnen groot en leeg. Een verpakking voor wat? Het dak houdt frisse regen buiten, de muren dempen de geluiden van de straat en de ramen filteren het licht. Wat hebben we in Gods naam gedaan? Wie gelooft dat deze verpakking iets kan houden? Zij toonde ons onze verpakking, als verpakking.

IMG_1398_1

Exodos
De kunstenaars hebben hun tekeningen, hun gereedschappen en hun hout weer ingeladen en zijn vertrokken. En daar staan we dan, met een kerk als een holenberg, een mysterie van 143.158 bakstenen en de lege verpakking van een pianokruk. We hebben de vreemde ogen argwanend toegelaten, bang dat ze het heilige zouden ontwijden, becijferen, verpakken en ontbloten. En ja, dat hebben ze gedaan terwijl ze bleven kijken. En terwijl ons mysterie veranderde onder hun handen, bleven de ogen ons dwingen te kijken zoals zij keken. Met aandacht, toewijding en interesse, met de liefde van een kunstenaar – van een niet-vereerder, van een vreemdeling. Als met de ogen van God zelf.

Rikko Voorberg is theoloog en initatior van StroomWest, een ‘niemandsland tussen vrije kunst en oude kerk’. Hij maakt geen onderdeel uit van de Vredeskerk-parochie, maar bezocht de kerk en de Tribune enige malen. Meer van zijn werk is te vinden op StroomWest.nl en Rikko.nl. De foto’s zijn van Martijn van Gelder.

Advertisements

18 responses to “Vreemde ogen dwingen”

  1. rob says :

    @Riko

    Wij hebben ons geloof ommuurd. We hebben God een spelonk gegeven. Een welriekende bescherming voor onze beleving. Daarbinnen durven we te geloven dat hij daarbuiten is. Dan wel. Daar wel.

    Wij, wij wij?
    Wat mij betreft : er is geen “wij”
    “DE kerk’ heeft het geloof ommuurd, maar ze moesten wel.
    Iets met reclame,klantenbinding en doelgroepen. Marketing gedachten.
    Maar de kerk is buiten dat een plek waar mensen bij elkaar komen met allerlei verschillende achtergronden, geloofsbelevingen en intenties

    Ik krijg echt een kattenbak gevoel van dit stuk.
    De kerk is een kattenbak, het gaat vooral om je behoefte doen in je vertrouwde grint.

    De vraag is of jij de kat(de kattenbakgebruiker) die in wezen een wild beest is, daarmee recht doet.

  2. WoodyFlow says :

    Berg metafoor was wat aardiger voor de kerk dan de kattenbak, maar inderdaad de vergelijking komt overeen toch Robbie?

    waarom ‘moest’ die kerk, die kerk die moet helemaal niets
    kerkjes stimuleren dat iedereen hetzelfde gaat denken, met de dominee voorop

    weg met die gozer, maar van die kerk iets van een bidhuis oid… of vang er vluchtelingen in op, voedselbank, abortuskliniek weet ik veel….
    en dan –>

    Alle christenen schoentjes aan, jasje aan, mutsje op en…
    Tijd om buiten te spelen, plezier te maken, op avontuur te gaan.

    Oh en dan niet als een stelletje musketiers georganiseerd (door weer een dominee) een boomstam gaan gooien, maar echt. En die eerste die serieus gaat lopen doen, die krijgt rood en en moet op de bank zitten…

    @Rob krijgt alvast geel

    😀

  3. rob says :

    @Woody
    Wie houdt je tegen om zelf de abortustang te hanteren, of vluchtelingen op te vangen in je eigen huiskamertje. Geen schoentjes aan, geen mutsjes op, niet naar buiten met dat kouwe weer 🙂
    Jij krijgt vast groen licht, omdat je het briljante idee zelf bedacht hebt.

  4. bramvandijk says :

    Het prikkelt wel, en het is zeker nuttig om met een blik van de buitenstander eens kritisch te kijken naar wat er nu in een kerk gebeurt. Maar ik mis toch een beetje wat nu het punt is dat er uiteindelijk gemaakt wordt. Wat hebben de buitenstaanders gevonden? In ieder geval niet god, maar ik mis een beetje het punt dat ze wel maken…

  5. rob says :

    @Bram

    Misschien is het punt wel dat God de grote buitenstaander in de kerk is 🙂
    Ik ben geen fan vd kerk, maar het is wel heel makkelijk scoren voor Riko.

  6. WoodyFlow says :

    @rob ik ben druk bezig, nu die kerk nog
    en pas op je hebt al geel…

  7. Im Gegenteil says :

    Saaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaai! Dit gaat gewoon helemaal nergens meer over!

  8. rob says :

    @Woody

    Voor sommige dingen heb ik al rood, ik neem tenminste aan dat, als ik geen huiskring mag bezoeken, ik zeker niet in aanmerking zal komen voor het leiden van de kinderclup.
    Maar wie weet mag ik nog steeds koffiezetten 🙂

  9. rob says :

    @Woody

    kerkjes stimuleren dat iedereen hetzelfde gaat denken, met de dominee voorop

    Dat is een menselijk mechanisme.
    In veel opzichten is het veel handiger als alle neuzen dezelfde kant op staan.
    Dus wat neem je ze kwalijk?
    Het hanteren van een menselijk mechanisme?

    Als je wil dat de kerk zijn standpunt naar pro-abortus verschuift, dan ben je er zelf toch ook mee bezig dat iedereen hetzelfde moet denken?

    je hebt pas last van dergelijke mechanismen als je zelf niet in staat bent om met de stroom mee te gaan en merkt dat tegen de stroom ingaan erg lastig is.
    Tot dan is het geen enkel probleem om in een school te zwemmen.
    Geef toe dat je zelf ook behoorlijk vaak in de stroom mee zwemt en hoe lekker dat voelt.

  10. mafchauffeur says :

    @rob:

    zeker niet in aanmerking zal komen voor het leiden van de kinderclup

    Wedden van wel? Meestal is daar een schreeuwend tekort aan en blijkt de voor andere functies gehanteerde “lat” een stuk lager te kunnen liggen voor het kinderwerk.

    En de ouders zijn maar wat blij als hun kindertjes murwgediscussieerd en uitgeput thuis komen. 🙂 😉

  11. rob says :

    @Bram, Rikko

    Het stuk nog eens goed nagelezen.

    Mathilde zag het meteen. Een bastion als een berg, begroeid van buiten en bezwangerd van binnen. Bezwangerd van het heilige dat dagelijks vele malen wordt geboren, gebroken, verdeeld en verteerd. Zij zag dat we ons geloof hebben ommuurd met dikke wanden van gebogen steen. Een cocon voor onze beleving. Daarbinnen is het veilig, daarbinnen is het heilig. God heeft zijn intrek genomen in onze knusse gebouwen en hij ruikt naar wierook, klinkt als een klok en zingt als een orgel met schorre oude-mensen stemmen. Na de dienst smaakt hij als koffie en voelt hij als een warm bad van gezelligheid op een stille ochtend in de stad. Buiten vervluchtigt hij in de open lucht. Hij verdwijnt in de tram die verwoed bellend bijna over onze geheiligde tenen rijdt en in de zeikregen die onze gewijde hoofden doet wegduiken in onze kraag. Heel even ruikt het nog naar God. Maar na een paar minuten stevig fietsen is hij echt verdwenen. Gelukkig is er straks weer een zondag of als we zouden willen is er zelfs morgen weer een mis. Dan komen we weer buurten, God. Dan komen we weer aan je knabbelen en proeven, daar ruiken we weer je geur en is het leven even goed.

    Wij hebben God een eigen berg gegeven met holen en krochten, met krypten en biechten. Een plek om te schuilen. Een plek om te zijn. Een holenberg waarin godvruchtigen de weg kennen en priesters de lakens uitdelen zodat we ons te ruste kunnen leggen. Een holenberg voor een schepper God die weliswaar almachtig is, maar het liefst in windsels in de armen van zijn moeder ligt. Dat zagen de vrouwenogen van de tribune. Dat zag ze in haar wandeling langs de begroeide buitenmuur en de gewijde binnenmuur. Het is een godsgrote berg met een binnenkant van mysterie. Wij hebben ons geloof ommuurd. We hebben God een spelonk gegeven. Een welriekende bescherming voor onze beleving. Daarbinnen durven we te geloven dat hij daarbuiten is. Dan wel. Daar wel.

    We kunnen er wel een mooie boom over opzetten.

    Het eerste bedrijf is beschreven vanuit de ogen van iemand die in de kerk is opgegroeid en zich daar veilig voelde, met de ogen van een insider die zich daar thuis gevoeld heeft. “Een welriekende bescherming voor onze beleving”

    Hij ziet de kerk als plek om te schuilen en om te zijn.
    Het gepamperde druipt er vanaf.
    God zelf wordt ook graag gepamperd. Hij wordt in het eerste bedrijf voorgesteld als iemand die het liefst in de armen van Maria ligt.

    ” Daarbinnen durven we te geloven dat hij daarbuiten is. Dan wel. Daar wel.”

    Stel je voor dat het niet zo zijn, dat God met je mee gaat, de boze buitenwereld in. Je zou geen stap meer naar buiten durven zetten.

    Op naar het tweede bedrijf:

    Zij keek niet alleen maar, Sachi staarde. Als een vogelaar in de provincie, een hertenspotter op de Veluwe. Zij keek naar ons, zoals ik vroeger reeën ging kijken met mijn vader, zo tegen een uurtje of zes ’s avonds als de zon onderging. Zo bouwde Sachi zich in, zij ommuurde zich met hout. Voor haarzelf en voor ons. Zo keek zij vanaf het balkon en heel langzaam verdween onze kopschuwheid en kon ze zich even mengen in de kudde, in ons aparte ras, ons vreemde volk, onze geheiligde natie, Gode ten eigendom. Zij was een eigenzinnige monnik met oordopjes tegen de oorverdovende stilte. Een stilte die wij hadden gecreëerd voor onze God, een oneindige ruimte voor onze verbeelding, een oneindig mysterie. Maar zij begon te tellen en te rekenen. En wij telden met haar mee. Samen telden we zo de omvang van ons geloof. 143.158 bakstenen rondom. Dat was het. In totaal. Liefdevol in kaart gebracht. Groter is het niet. Kleiner ook niet. Wij lieten haar toe in de kudde en staan nu met een getal in onze handen. We zijn gezien. Groter zijn we niet: 143.158. Kleiner ook niet. Dat scheelt.

    Hier wordt de kerk vergeleken met een kudde reeën die een verborgen leven leidt. De buitenstaander is de toeschouwer van de kudde, die alleen vanuit een torentje kan naderen. Uiteindelijk raken de reeën eraan gewend en de buitenstaander mag zelfs in de kudde lopen.

    Hier wordt het gevoel van de buitenstaander tegenover een geheimzinnige kerk door Rikko wel erg geromantiseerd, vrees ik 🙂

    Rikko beschrijft het gevoel van die buitenstaander als volgt:

    “Muisstil zagen wij vanuit een houten optrekje de kudde die een verborgen eigen leven leidde. We wilden dichtbij hen zijn, maar wisten dat ze ons niet zouden kunnen verdragen.”

    Ik ben zelf opgegroeid als buitenstaander van de kerk. Het verlangen om dichtbij te zijn herken ik niet.
    Ik herken wel “het weten dat ze ons niet zouden verdragen”

    Maar dat weten werkte ontzettend afstotend. Het riep geen verlangen op om er toch bij te horen. Eerder een soort woede en minachting ” Wat denken ze wel, dat ze beter zijn dan wij? Stelletje hypocrieten”

    Kerken stellen zich doordeweeks open om publiek te trekken, maar het helpt niet. Er is eenvoudig niets te beleven dan het inhaleren van de lucht van een muf gebouw. Je wordt welkom geheten door een paar vriendelijke goedbedoelende mensen.
    Waarvan je denkt: heb je niets beters te doen vandaag, ga lekker met je gezin uit.

    Er is niets spannends aan.
    Reeën in het wild zijn niet te vergelijken met de kerk en zijn kerkgangers.
    Integendeel zelfs.
    Een grote misser van Rikko.

    Op naar het derde bedrijf:

    Een huis voor de stilte, een plek voor de horizon om te wonen. Dat hebben we gezocht en dat heeft Esther gezien. Dat liet zij ons zien. Wij zagen dat de muren van de stilte opeens stopcontacten bevatten. Langs de wanden waarmee wij de horizon vingen, liepen doodgewone kabels. Zij verpakte onze verpakking, zoals wij dat deden met God. Wij realiseerden dat we de wind hadden proberen in te vangen. Dat we snel de deuren hadden gesloten, toen we haar voelden. Dat we haar niet wilden laten ontsnappen. We begrepen dat we de vuurgloed die we voelden, hadden proberen op te slaan in ons altaar. We hadden het licht gezien en er snel een ruimte omheen gezet. En binnen werd het stil, windstil. Het werd koud en zelfs overdag nog duister. Waar was de wind, de vuurgloed en het licht? Wij bouwden een huis voor onze God en nu is het binnen groot en leeg. Een verpakking voor wat? Het dak houdt frisse regen buiten, de muren dempen de geluiden van de straat en de ramen filteren het licht. Wat hebben we in Gods naam gedaan? Wie gelooft dat deze verpakking iets kan houden? Zij toonde ons onze verpakking, als verpakking.

    Juist ja.
    Die grote leegte wordt in de doorsnee leeglopende kerk extra benadrukt door lege kerkbankjes en een dreinend orgel dat de schamele zang moet ondersteunen.
    Een treurig schouwspel.

    Evangelische kerken zijn slimmer. Die verpakken de leegte in een prachtig schouwspel, dan lijkt het nog wat.
    Wanneer je door hebt dat het eigenlijk om gebakken muffe lucht gaat, heb je alweer een paar jaar je tienden betaalt en het systeem in stand gehouden.
    Sjabaaa.

    Rikko zegt:
    “We bouwden iets voor God en nu is het leeg”

    Dat kan niet.
    Dat staat haaks op wat God belooft dat niets leeg zal wederkeren.

    Er is dus niets voor God gebouwd, anders was het niet leeg wedergekeerd.

    Of het is toch nog niet zo verschrikkelijk leeg als Rikko zich voorstelt
    Of God is een leugenaar
    Of de kerk is volledig mensenwerk.
    Kies er maar 1 uit 🙂

  12. WoodyFlow says :

    ik liet 1x het wordt abortus vallen, maar goed

    vind dat euthanasie en abortus niet door religie moet worden ingeperkt
    vind het met name onzinnig dat christelijke politiek altijd daarover gaat, makkelijk scoren bij je conservatieve achterban

    alle neuzen in dezelfde richting en toch anders denken moet overigens ook nog kunnen…

    de wereld is een stuk minder zwart-wit dan die van rob volgens mij

  13. WoodyFlow says :

    wordt = woord = rhema = mooi en toch fout

  14. Rikko says :

    Ik zie aan de reacties dat er wat context ontbreekt. Ik heb dit stuk geschreven als inleiding voor een publicatie. In deze publicatie geeft kunstenaar/curator Pavel van Houten weer wat drie, door hem uitgenodigde, kunstenaars maakten op de Tribune van een kerk in Amsterdam Zuid. In dit stuk heb ik een theologische reflectie gegeven op hun werk. Dat doe ik vanuit het perspectief van een kerkganger die zichzelf terugziet gespiegeld in de werken van Sachi, Esther en Mathilde en daar iets mee doet.

    Zie hier de achtergrond: http://pavelvanhouten.nl/?p=646

  15. rob says :

    @Woody

    ik liet 1x het wordt abortus vallen, maar goed

    vind dat euthanasie en abortus niet door religie moet worden ingeperkt
    vind het met name onzinnig dat christelijke politiek altijd daarover gaat, makkelijk scoren bij je conservatieve achterban

    alle neuzen in dezelfde richting en toch anders denken moet overigens ook nog kunnen…

    de wereld is een stuk minder zwart-wit dan die van rob volgens mij

    Je laat niet zomaar een woord vallen. Het is nogal een beladen woord.
    Woorden krijgen een andere lading krijgen als je er meer bij betrokken wordt.
    Vandaar mijn voorstel aan jou om lekker zelf te gaan aborteren.

    Ik zie overigens niet zo snel wat abortus of euthanasie met het stuk v Rikko te maken heeft. tang varken.

  16. rob says :

    @Rikko

    Met of zonder toedracht, je weerspiegeling van de kerkganger en de buitenstaander blijft hetzelfde.

    Wil je inhoudelijk op mijn comment reageren?
    Zou ik interessant vinden, om het wat meer uit te diepen.
    Je stuk levert wat mij betreft interessante gespreksstof op.

  17. Rikko says :

    Hoi Rob, interessant comment maak je. dank voor je grondig lezen en citeren.

    Je stelt in je reactie rondom het ‘hertenkijken’ dat ik romantiseer. Ik wil echter geen beeld geven van de gemiddelde buitenstaander en zijn reactie. Ik wil laten zien wat je ziet als je met de ogen van Sachi naar de kerk kijkt, naar jezelf kijkt als je jezelf zou positioneren in de kerkbank, dagelijks (drie missen per dag). Sachi is een Japanse kunstenares die met de grootst mogelijke toewijding en japanse eerbied en interesse de kerk gevolgd heeft, dag in dag uit. Zij bouwde een ‘vogelaarshuisje’, zie de foto. En staarde. Het deed me denken aan mijn hertenkijken met mijn vader vroeger. Kwetsbaar, dichtbij, maar voor de kerkgangers in dit geval zo vriendelijk dat het snel wende. Zo keek zij. Juist voor iemand die als buitenstaander ‘hypocrieten’ begint te roepen, kan het heel heilzaam zijn om met de aandacht van Sachi te kijken, te leren en te spiegelen. Er was voor haar veel meer te beleven dan het inhaleren van muffe lucht in een oud gebouw. Zij leerde de kerkganger weer met liefdevolle aandacht naar zichzelf en het eigen gebouw kijken. Al die stenen, allemaal geteld.

    In het derde bedrijf reflecteer ik op dat wat Esther toont. Zij begon onopvallende voorwerpen minitieus te verpakken in hout. Zij begon de grote lege ruimte te vullen met laag op laag verpakking rond de voorwerpen. Dat was haar artistieke oefening. haar experiment. Dat bracht mij op de gedachte van de kwetsbaarheid van een kerkgebouw. Als het een verpakking is voor datgene wat kerkgangers zo hogelijk waarderen, is het schromelijk mislukt. Dat laat zich niet vangen. Als het de plek is waar we ons weer realiseren dat er vreemde ogen op ons neerkijken, als het gebouw ons daarbij helpt, dan zijn we weer waar we wezen willen. Dat kan je zien als je met Esther meekijkt. Dat zie ik als ik met Esther meekijk.

    Dit artikel is dus geen kritiek op de kerk, geen reflectie op wat er fout is – het is een beschrijving van wat een kerkganger in de kerkbanken van de Vredeskerk zou kunnen zien als hij of zij meekijkt met de kunstenaars op de Tribune. Zo leer ik het liefst van de aandacht en toewijding van goede kunstenaars, kijken met hun ogen en voelen met hun vingers en dan de gedachten laten gaan.

  18. rob says :

    @Rikko

    Als het een verpakking is voor datgene wat kerkgangers zo hogelijk waarderen, is het schromelijk mislukt.

    Dat laat zich niet vangen. Als het de plek is waar we ons weer realiseren dat er vreemde ogen op ons neerkijken, als het gebouw ons daarbij helpt, dan zijn we weer waar we wezen willen. Dat kan je zien als je met Esther meekijkt. Dat zie ik als ik met Esther meekijk.

    De observatie van de kunstenaar, de verpakking om een verpakking, vind ik een hele treffende.

    Ik denk dat dit niet kan, wat je hier schrijft.
    “Datgene ” wat wij zo hogelijk waarderen, is God.
    Maar God laat Zich niet verpakken.
    “Wat” heeft men dan eigenlijk gewaardeerd en waarom is men gaan denken dat God verpakt kon worden?
    Ik denk dat het van meet af aan al om een stuk verpakking gaat en het sowieso al leeg was, anders kom je niet op de gedachte om God te verpakken.
    Het duurt even voordat je merkt dat een kadootje leeg is, met al die papiertjes.