Jonathan Swift: satiricus ‘in naam van het evangelie’

jonathanswiftEr was eens een man met drie zonen. Nou ja, eigenlijk waren er alleen drie zonen. Al op de eerste pagina’s van ‘A Tale of a Tub’ (1704) blaast vader zijn laatste adem uit. Op zijn sterfbed laat hij ze drie jassen na, weet de anglicaan Jonathan Swift, schrijver van het beroemde satirische werk. Die kledingstukken bezitten speciale magische kwaliteiten:

“One is, that with good wearing, they will last you fresh and sound as long as you live: The other is, that they will grow in the same proportion with your Bodies, lengthning and widening of themselves, so as to be always fit.”

In het testament dat bij de jassen hoort verbiedt vader de zonen om de modellen van de jassen te veranderen. De wonderlijke kleding past immers altijd en zal ze, indien goed verzorgd, voorspoed brengen. Ook moeten de jongemannen vredig samenleven in één huis – geruzie zal ten koste gaan van hun levensgeluk.

De tragedie van de schouderbandjes


Al snel blijkt het naleven van de geboden tamelijk onplezierig. Met veel omhaal van woorden beschrijft Swift hoe de jongens schatten verzamelen op aarde: ze proberen in de smaak te vallen bij chique dames en werken zich op in de plaatselijke high society. Dat lukt aardig – totdat schouderbandjes in de mode raken.

“Plots liep de hele wereld met schouderbandjes”, schrijft Swift quasi-dramatisch. De versierselen blijken noodzakelijk voor een voorspoedig leven. Vrouwen keuren de schouderband-loze jongens geen blik waardig, cafépersoneel kijkt hen met de nek aan. Dat kon vaders bedoeling toch niet geweest zijn? Ze spoeden zich naar zijn testament. Eureka! Daarin staat niets over schouderbandjes.

De ‘meest geleerde’ broer weet na moeilijke linguïstische en exegetische kunstgrepen wat dat betekent: hij en zijn broers kunnen ze zonder gewetensnood dragen. Ook daaropvolgende modegrillen laten zich verdedigen. Over gekleurde satijn blijkt een apocrief document te bestaan. En Indiaas breiwerk – tja. Vader haatte het, maar zij dragen het met ‘geheel nieuwe bedoelingen’.

 Talloze modevoorschriften later zijn de broers het beu: ze geven het zoeken naar excuses op. Ze bestellen een kluis en onttrekken het testament voorgoed aan het zicht, ‘only to refer to its Authority whenever they thought fit’.

Ruzie met bijna iedereen


‘A Tale of a Tub’ is natuurlijk een parabel en een parodie. En uiteraard: het testament staat voor de Heilige Schrift, de vader voor Christus en de broers personifiëren de katholieke, protestantse en anglicaanse kerk. Na het verhaal over de jassen beschrijft Swift hoe de jongens nog dieper zakken: de katholieke Peter grijpt de macht en Calvijn-vertolker Jack verknipt zijn jas. Tot zover Christus’ ideologische nalatenschap.

Het zal niet verbazen dat Swift met zijn venijnige verhaal het zere been van de Europese kerken raakte. ‘A Tale of a Tub’ was ook buiten Engeland een behoorlijk succes. Wat er precies is gebeurd is onbekend, maar uit een hoofdstuk dat Swift later aan het boek toevoegde blijkt dat hij het na publicatie aan de stok kreeg met katholieken, protestanten én anglicanen. Dat laatste is niet meer dan logisch: de satiricus was zelf anglicaan en toch ontzag hij zijn eigen kerk bepaald niet.

Een complicerende factor was dat de anglicaanse Kerk van Engeland niet alleen spirituele macht genoot, maar ook het fundament van de samenleving vormde. Kritiek op de kerk werd al snel gezien als kritiek op de heilige maatschappelijke orde. Koningin Anne vond Swifts boek godslasterlijk en zou er eigenhandig voor hebben gezorgd dat de schrijver nauwelijks nog carrière kon maken in de kerkelijke hiërarchie.

Swifts verweer was trouwens creatief. In Apology, een later toegevoegd defensief, beweert hij droogjes dat hij enkel kritiek uitte op excessen. Swift was niet zozeer voor of tegen iemand, maar bedreef een soort ‘satire in de naam van het evangelie’. Daar zou niemand problemen mee moeten hebben. Sterker nog: waarom bedankten critici hem eigenlijk niet voor het aankaarten van ‘de dwaasheid van fanatici en bijgelovigen’?

Robin de Wever (@rdewever) is journalist en godsdienstwetenschapper. Hij studeerde af op religiesatire en werkt sindsdien als redacteur religie en filosofie voor Trouw.nl. De eerdere afleveringen in deze serie kun je hier teruglezen.

Advertenties

5 responses to “Jonathan Swift: satiricus ‘in naam van het evangelie’”

  1. afolus says :

    Mooi stuk Robin.
    Die Jonathan Swift moet een mooi mens geweest zijn.
    Jammer dat hij niet in deze tijd leeft; dan zou hij een prachtig verhaal over de geest(elijke)(ige) stromingen op GG hebben gemaakt.

    Mogelijke titel: “Jassen, motten, een nieuwe tijd….”

  2. bramvandijk says :

    Interessant, ik kende Swift alleen maar van de reizen van Gulliver. Dit klinkt al een vermakelijk boekje.

  3. flipsonius says :

    Doet een beetje denken aan Kierkegaard en zijn kritiek op de Lutherse staatskerk en de ‘christenheid’. Leuk om te weten, ik kende dit werk ook niet. Maar hij was vast niet de enige. Vooral tijdens de Engelse Civil War – zo tussen 1640-1649 toen het centrale gezag van kerk en staat was weggevallen verscheen er een stroom aan kritische pamfletten over politieke en religieuze onderwerpen, sommige ook satirisch van aard.

  4. Wilfred says :

    @Robin: Mooi stukje werk! Leuk en informatief. Zo te lezen een moedige man. Des te vaker je over dit soort mensen leest, des te meer respect krijg je voor ze. Ongeacht in welke omstandigheden, mensen met kritiek en ruggengraat zijn van essentieel belang voor een samenleving.

    Waar zat precies zijn kritiek op de Anglicanen in?

  5. Robin de Wever (@rdewever) says :

    @Wilfred: De broer die de anglicaanse kerk belichaamt, Martin, is de minst foute van het stel. Swift vindt hem duidelijk de meest verstandige en bekritiseert hem mild, maar merkt ook fijntjes op dat Martin vaak blijft steken in morele praatjes. Met andere woorden: de anglicanen zouden minder moeten praten en meer de handen uit de mouwen moeten steken.