Kort verhaal: De basiliek

Renee had de auto in de straat naast het kerkplein geparkeerd. Lynn stond nog bij de auto, maar haar vriendin liep al naar de achterkant van de kerk.
Lynn ademde zacht op haar handen. Het was verdikkemes koud, ondanks de zon.

basiliek

– Wat doe je nou? riep ze naar Renee. Hier is de voorkant, mocht je die kwijt zijn.

Renee zei over haar schouder:

– Kom nou maar.
– Het is inderdaad een akelig ding, zei Lynn, terwijl ze Renee achterna liep. Verbijsterend, hoe kil een kerk kan zijn.
– Het is een basiliek, zei Renee.
– Is dat geen kerk?

Ze liepen naast elkaar verder.

– Jawel, het is een kerk.
– Maar hij is van Bassie?

Renee glimlachte flauw.

– Ja, hoor eens, zei Lynn verontwaardigd, het is koud, ja? Dan kun je van mij geen sterke woordspelingen verwachten.
– Je doet je best.
– Waarom lopen we eigenlijk naar de achterkant? Is het daar gezelliger? De voorkant is heremejezus eng. Je had voor honderd procent gelijk. Een enge kerk.
– Interessant, vind je niet? Het is een wit gebouw, goed onderhouden, staat in een gemoedelijk dorpje…
– Laat dat gemoedelijk maar weg. Waarom is het hier zo stil? Weet je dat ik nog niemand ben tegengekomen? Ik heb ook geen auto’s zien rijden. Je komt hier nog geen kat tegen.
– Het is lunchtijd, zei Renee. Ze zitten aan tafel.
– Dat zal het zijn. En het is gruwelijk koud. Die zon helpt geen zier.
– Nee, niet echt.

Renee dook verder weg in de bontkraag van haar jas.

– Nou, zeg op, dochter van een architect, zei Lynn, waarom is het zo’n akelig ding?
– De basiliek op zich is niet akelig. Het is de uitvoering, in deze omgeving.

Precies wat Lynn dacht. De basiliek hoorde hier niet thuis. Het witte marmer, als het marmer was, vloekte hevig met de omringende huizen, die eerder grauw waren, of doelbewust sober.

– O, wacht eens, zei Lynn. Nu weet ik het. Dit is die basiliek waar je het een tijdje geleden over had.

Meteen keek ze omhoog naar de koepel.

– Verrek, zei ze, ik zie ze al.

Hoog in de lucht draaide een grote vlucht zwarte vogels om de koepel heen, als om het oog van een orkaan.

– Het is net, zei Lynn, alsof ze ergens op wachten.

Renee liep nog een stukje verder en bleef toen staan.

– Hier staan we goed, zei ze.
– Ja, midden op straat. Ga eens op de stoep.

Zonder de koepel uit het oog te verliezen, zetten ze een paar stappen achteruit.

– Nog heel even wachten, zei Renee. En niet te luid praten.
– Om de doden niet te wekken? vroeg Lynn fluisterend.

Maar Renee reageerde niet. Ze bleef omhoog kijken.

– Goed, zuchtte Lynn.

Terwijl ze daar stonden te wachten, begonnen de vogels als vallend gebladerte af te dalen naar de koepel, die geleidelijk aan bedekt raakte met glimmend zwarte kraaien. Of raven, of spreeuwen.

– Zijn het raven? vroeg Lynn zacht.

Renee schudde langzaam nee.
Het zijn geen raven, dacht Lynn.
Ongeduldig wachtte ze tot er iets zou gaan gebeuren. Ze had geen idee wat precies, maar Renee wist het blijkbaar wel.

– Weet je zeker dat het geen raven zijn? vroeg ze.
– Het zijn geen raven, zei Renee.

Het zijn geen raven, dacht Lynn weer. Ze nam zich voor om de volgende keer als Renee spontaan een ritje voorstelde, haar eerst een thermometer te overhandigen.
Na enige tijd leek de basiliek een lugubere koepel te dragen van zwarte veren, als het baldakijn van een sarcofaag. Mocht de basiliek voor een enkele optimist nog een montere indruk maken, dan was dat nu wel over. Het uitgestorven dorp kreeg langzaam maar zeker zijn grafmonument.
Lynn knikte begrijpend en zei:

– Alsjeblieft.
– Is het niet mooi? zei Renee.
– Dit is zo akelig, zo… niet van deze wereld, dat het van een zeldzame schoonheid is.
– Ik wist wel dat je het mooi zou vinden. Maar hier ging het mij niet om.
– Er is meer?

Renee keek op haar horloge.

– We moeten wachten, stelde Lynn vast.
– Ik weet precies hoe lang. De vorige keer gebeurde het ook op tijd.
– Oké.

Een minuutje later, terwijl ze op haar horloge bleef kijken, stak Renee een wijsvinger op en…
Vlak nadat ze in gedachten het startsignaal had gegeven, begon een zware klok langzaam en onverzettelijk te beieren, gretig gevolgd door zijn kleinere broer. Meteen fladderden de vogels alle kanten op, als rafelige stroken zwart fluweel, als een ware explosie van glanzende veren. Tien seconden later lag de dome er weer kaal en verlaten bij.

– Je moet een dichter zijn, zei Lynn, om dit te kunnen omschrijven. Ik kan het niet.

Toen de klokken na een minuut of twee slagen begonnen te missen, gaf Lynn haar beste vriendin een schouderklopje.

– Je hebt nog wat van me tegoed.
– Graag gedaan, zei Renee met een tevreden glimlach. En jij dacht dat een chemische fabriek bij nacht indrukwekkend was.
– Amateurs, gaf Lynn meteen toe. Hier kunnen ze niet aan tippen.
– Kom, we lopen terug naar de auto.
– Graag, het wordt met de minuut kouder.

Naast elkaar wandelden ze door de lege straat.

– Je wilt het niet nog een keer zien? vroeg Renee voor de vorm.
– De herhaling? Nee, het was raak. Zo is het goed.
– Mooi zo.
– Maar ik heb wel een vraag.
– Zeg het eens, zei Renee hulpvaardig.
– Die vogels… Waarom schrikken ze eigenlijk? Ze moeten er onderhand wel aan gewend zijn. Ik bedoel, die kerk staat er toch al een eeuw of zo?
– De kerk wel, maar de vogels zijn nieuw.
– Ze zijn niet van hier?
– In ieder geval niet allemaal, zei Renee. Jou als stadsmens valt dat natuurlijk niet op, maar het zijn er abnormaal veel.
– Dat zeker.
– Er hoeven maar een paar van die beesten zenuwachtig op te stuiven, of de rest volgt meteen. Daarom zie je zo’n explosie van vogels.

Lynn dacht hier even over na.

– Wat ik niet begrijp, zei ze toen, is waarom de inwoners van dit dorpje niet zien wat voor een luguber gebouw ze hier hebben staan. Als ik het me goed herinner, is dit een kopie van de Sint Pieter in Rome, maar dan op kleine schaal.
– Dat klopt, zei Renee. Niet precies nagebouwd, denk ik, maar het lijkt er op.
– Alsof je een ontwerp straffeloos kunt verkleinen of vergroten.
– We hadden het er laatst nog over, over het werk van Roy Lichtenstein.
– Ja, omdat hij striptekeningen in het groot maakt, hadden een paar striptekenaars hun eigen werk vergroot, bij wijze van experiment. Maar ze moesten toegeven dat het resultaat hen tegenviel. Hij ontwerpt namelijk voor het grote doek, zij voor het kleine papier.
– Daarom zei ik daarstraks, het is de uitvoering en het is de omgeving. Het is net een buitenaardse kerk die hier geland is. Ik zou er in ieder geval niet in willen trouwen.
– Nee, zei Lynn, ik ook niet.
– Maar jij zou in geen enkele kerk willen trouwen.
– Niet meer.

Bij de auto aangekomen wees Renee naar de daken tegenover de kerk. Ze wees er eigenlijk overheen, begreep Lynn, want in de verte zag ze de koepel van de basiliek nog een keer.

– Het is te koud voor een fata morgana. Is dat dezelfde kerk? Of is het alleen maar een kopie van de koepel?
– Geen idee, zei Renee, ik zie hem net staan.
– Stond die er de vorige keer niet, toen je hier was?
– Weet ik veel. Ik heb er niet op gelet.
– Bizar, zei Lynn.

basiliek-2

Ze staarden gezamenlijk een tijdje naar de glanzende koepel die boven de daken uitstak. Vreemd genoeg viel daar geen vogel te bekennen.

– Geen vogels… zei Renee.

De twee vriendinnen draaiden zich om. Boven de grote koepel zwierven de zwarte vogels in ruwe vegen door het blauwe zwerk, alsof ze de aarde niet nodig hadden en zeker niet die akelige dome.
En ze keken weer naar de kopie in de verte.

– Dat is nog behoorlijk dichtbij, zei Lynn. Het is gewoon een flutding.
– Daar sta ik net aan te denken. Omdat je hier zo’n massieve koepel ziet, denk je dat de kopie ver weg staat. Maar inderdaad, het is gewoon een kleinere dome. Zullen we gaan kijken?
– Mag dat een andere keer? zei Lynn. Ik zie nog steeds niemand, er beweegt niets, ik hoor geen geluiden. In de winkels brandt wel licht, maar er zijn geen klanten. Wat mij betreft, is dit een spookstad.
– Misschien… Renee keek om zich heen. Vermoedelijk gaan de winkels ’s middags even dicht. Het zal dadelijk wel drukker worden.
– Deur, zei Lynn eenvoudigweg, terwijl ze naar het portier wees.

Renee liep naar de bestuurderskant en ontsloot ondertussen met de afstandsbediening de portieren. Ze gingen zitten en deden de gordels om. Lynn wreef in haar handen, terwijl Renee voor zich uit staarde, haar handen op het stuur.

– Dit is toch echt? zei Renee toen.
– Volgens mij wel, zei Lynn.
– Een kopie van de Sint Pieter, en dan nog een kopie, van de kopie? Twee van die dingen in zo’n gat?
– De kleinere versie zal wel een kapel zijn. Inderdaad, het klinkt ongeloofwaardig.
– Ja, zei Renee. Maar zoiets verzin je toch niet?

Lynn zakte een beetje onderuit.

– Nee, zei ze, en ze keek opzij naar de kleine koepel, waarvan ze nu alleen de top kon zien. Zoiets verzin je niet. Het staat er echt, in ons rare landje.

Rowy van Hest schrijft korte verhalen over vriendschap. Wie weet in welke plaats in Nederland deze basiliek en kapel staan krijgt de eretitel ‘kerkoloog’. 🙂

Advertenties

9 responses to “Kort verhaal: De basiliek”

  1. Hans Havinga says :

    Dat moet Oudenbosch zijn.

  2. nietverbaasd says :

    De eerste is de basiliek van de H,H. Agatha en Barbara te Oudenbosch. De tweede kerk is in ieder geval geen basiliek. Daar zijn er niet zoveel van.

  3. Pieter says :

    Inderdaad een vreemde plek voor zo n basiliek, pas nog langs gereden maar het blijft een vreemd gezicht..

  4. goedgelovig says :

    @Hans Havinga: Jij wint. 🙂

  5. Johan says :

    Sjips, ik ben te laat. Ik wist het ook, dankzij Google. Even “nederlandse replica sint pieter” ingetypt en hoppa… Oudenbosch.

  6. Jan Brouwers says :

    De tweede koepel moet die zijn van de voormalige kapel van de broeders van St. Louis. Op het eerste gezicht is het raar, maar op den duur went het wel, is mijn ervaring. Ga er nog maar eens langs en bezoek dan even verderop het Zouaven-museum gewijd aan katholieke mannen die vanuit Oudenbosch gingen deelnemen aan een heilige oorlog (nee, niet de kruistochten).

  7. Stryber says :

    Over de tweede koepel:

    Het zijn de koepels van de Basiliek H.H. Agatha en Barbara en de Kapel van Saint Louis.

    Kerkoloog+ dus 😦

  8. Hans Havinga says :

    ‘Kerkoloog’, even mijn profielen aanpassen hier en daar 😉

  9. Wormpje B says :

    Dit is de Basiliek van de Heiligen Agatha en Barbara.
    Een Rooms Katholieke kerk te Oudenbosch.
    De kerk werd geboud tussen 1867 en 1880, en werd,
    in 1912 tot Basilica mina verheven.
    De kerk is een verkleinde kopie van de sint-Pietersbasiliek,
    met het front van de Sint-Jan van kateren te Rome.

    Ziet er koud uit.