De kerstballen van 538

Kerstballen Ja, je kon er toch wel een beetje op wachten. Elk jaar spelen de grootste commerciële radiostations van Nederland een voor hen erg leuk gezelschapsspelletje: wie begint als eerste over kerstmis te zeuren, liefst terwijl je buiten nog aan je laatste terrasbiertje zit. Meestal wint Sky Radio met vlag en wimpel simpelweg door midden augustus I am dreaming of a white christmas uit te zenden. Dan heb je best wel ballen, als je dat durft.

En zo heb je nog meer etherische kersttradities, zoals wie verzint de ‘meest olijke’ kerstreclame voor het eigen radiostation. Postpuberaal zendertje 538 wint deze eigenlijk al jaren achter elkaar, meestal omdat ze één of andere briljante verwijzing naar de christelijke traditie bedenken. En dan liefst eentje van het subtiel niveau van een vlammenwerper gericht op de tere, edele delen van de toch al zo geschonken christelijke volhouders in Nederland.

Zo ook dit jaar. Rijdend over de snelweg langs Den Bosch (de grote stad waar ons deurpie Vlijmen bij in de buurt ligt) werd in op de eerste dag van november (kerst is nog bijna twee maanden weg, Sinterklaas moet zijn boot nog inpakken in Spanje, de sneeuw is al vergeefs vier maanden van tevoren besteld) geconfronteerd met deze reclame-uiting. Een ruigkijkende meneer met kerstlampjes om zijn hoofd gedrapeerd wordt van twee kanten lustig lastiggevallen door twee schaars geklede dames: een in goud/wit met een kerstboompiek op het hoofd, de ander in het rood met een kerstbal in het haar.

De bijbehorende kreet is ‘Kerst krijgt ballen! Are you in? 538’. Nadat ik bekomen was van de briljante speling met het woord ‘ballen’, surfde ik naar de 538-site (geen aanrader overigens, wat een jong bedoelde maar triestig ogende chaos) voor meer informatie. Ik citeer maar even, om deze radiopoëzie tot volle bloei te laten komen:

‘Op zaterdag 22 december presenteren 538 en Windows 8 de allergrootste awardparty van Nederland: ‘538JingleBall’. Niks knus op de bank met de (schoon)familie. Het station en haar luisteraars beleven ‘The Wild Side of X-Mas’ in de Ziggo Dome Amsterdam. Totaal zijn er in tien verschillende categorieën awards te winnen.’

Okee genoeg gezogen, genoeg cynisme. Wat gebeurt hier? Cultuurtheologisch gezien dan, niet moreel of esthetisch want dan ben ik in twee zinnen klaar (‘bah’ en ‘lelijk’). Ik kon er niets aan doen, ik moest gelijk aan Pluto denken, de archetypische hond van Disney. De trouwe windhond was (en is) één van mijn favoriete tekenfilmkarakters (ja, zo oud ben ik, JA!). Ik werd al jong, ver voordat ik theologie überhaupt kon spellen, aangetrokken door de vondst van Disney om Pluto’s geweten te visualiseren door een engeltje en een duiveltje.

Als Pluto weer eens voor een moreel dilemma werd gesteld (meestal van de soort: eet ik de taart op of niet), ploften uit het niets twee kleine plutootjes op zijn schouder. De rode met hoorntjes en drietand verleidde Pluto het slechte te doen, terwijl de witte een jurk aanhad en een koddig aureooltje op zijn kop. Meestal leek de duivelse Pluto te winnen, meestal door zijn engelachtige collega een goede mep te verkopen.

Wat ik toen nog niet begreep, maar nu wel, is dat de twee plutootjes niet zozeer engelen/duivels waren, maar eerder de twee kanten van je eigen geweten. Wie voor een moreel dilemma staat, kan in het diepst van zijn wezen een stem horen die vertelt wat de moreel juiste keuze is en welke de slechte keuze is (maar wel vaak de lekkerste of de makkelijkste keuze, laten we eerlijk zijn).

Terug naar de 538-reclame. Natuurlijk zie ik de pastiche op de gekroonde Heer. En het is op zich nog wel positief dat de huistheologen van 538 begrepen hebben dat het schattige kind van de kribbe waar we zo fijn om heen kneuteren, dezelfde is die 33 jaar later op brute wijze is geëxecuteerd. Lijkt me eens een fijn onderwerp voor een kerstpreek, als je kerk bevolkt is met honderden duikbootchristenen die eigenlijk geen idee meer hebben waar ze eigenlijk naar toe zijn gekomen en die zonder enige vorm van schaamte de beste plaatsen in de kerk bezetten en zo de trouwe kerkgangers van hun plek duwen. Christus zelf zou het bedacht kunnen hebben. Over het omver gooien van sociale rollen gesproken…

Ook de 538-christofore figuur wordt als een moderne Pluto gekweld (nu ja, ‘kwellen’, hij lijkt het wel leuk te vinden) door een witte en een rode engel, door een goede engel en een kwade duivel. Alleen is er dit keer geen enkel moreel dilemma om over te vechten, behalve misschien de keuze om nu eens een keer een naar de christelijke traditie verwijzende kerstreclame te verzinnen die qua provocatie nu eens iets dieper graaft dan ballen en kloten. Ik wens de huistheologen van 538 veel inspiratie in het Nieuwe Jaar. Ben ik ook eens de eerste…

Frank G. Bosman is cultuurtheoloog en verbonden aan de Tilburg School of Theology. Zie zijn weblog Goedgezelschap.eu.

Advertenties

28 responses to “De kerstballen van 538”

  1. Johan says :

    Zijn de dames niet gewoon Maria en Martha?

  2. thebutler says :

    Dat mietje in het midden lijkt meer op Russell Brand. Geeuw.

  3. Pittig says :

    Inderdaad apart dat ze de stap van het Kerstkind naar de Lijdende Jezus hebben gemaakt. Maar een man van 30 kan natuurlijk sexy afgebeeld worden… En ze kunnen er ook nog even mee op christentenen trappen.

    Maar als 538 echt ballen heeft, houden ze de volgende keer een Ramadan-Ball. Inclusief afbeelding van een sexy Mohammed en zijn vier vrouwen.

    Het levert aan de andere kant wel weer een mooie analyse van Frank G. Bosman op…

  4. Pittig says :

    Of wil Radio 538 zich in de discussie over de homoseksuele Jezus mengen en laten weten dat zij in ieder geval denken dat Jezus geen homo was…

    Dan profileren ze zich hiermee dus als verdedigers van de conservatief-christelijke lijn… 🙂

  5. Pittig says :

    @ Butler

    Jaloers?

  6. thebutler says :

    HAHAHAHAHAHAHA!

  7. Pittig says :

    @ The Butler

    Ik moet ook altijd zo lachen als ik ergens op betrapt wordt… 😉

  8. nietverbaasd says :

    Ik ben eigenlijk half blij dat die vreselijke kerstman er buiten wordt gelaten. Moet ik me nu als christen gekwetst gaan voelen? Het zal aan mij liggen, maar het kan echt niet dat effect op mij hebben. Waarom zou ik mij gekwetst voelen door iets wat ik echt niet serieus kan nemen? Ze doen maar. Ik hoop maar dat er geen een christelijke organisatie is die het op zich zal nemen gratis publiciteit voor 538 te verschaffen.

  9. Pittig says :

    @ nietverbaasd

    Hohoho! Grappen over Jezus is tot daar aan toe, maar de lieve Kerstman vreselijk noemen, gaat mij echt te ver! Zulke reacties zijn beneden elke peil! Zoveel leuke cartoons en films worden door jou even door de wc gespoeld met zo’n laag bij de grondse opmerking. En durf je wel met de Kerstman? Die kan zich helemaal niet verweren. Is ook te zachtmoedig om dat te doen. Kies iemand van je eigen leeftijd om mee te vechten! En verwacht geen cadeautjes met Kerst dit jaar!

  10. Pittig says :

    @ nietverbaasd

    Maar serieus: Waarom is die lieve folkloristische Kerstman volgens jou “vreselijk”? Heb je een keer iets aan hem gevraagd wat je niet gekregen hebt? Een keer bij hem op schoot gezeten dat zijn adem naar alcohol rook? Heeft hij je een keer laten schrikken?

  11. Tinus says :

    @ pittig
    jij gaat overal zo vreselijk op in als een baby die krampjes heeft of z’n nek probeert te draaien. Als ik jou was zou ik er een boek over schrijven.

  12. nietverbaasd says :

    @Pittig Mijn probleem met de kerstman natuurlijk is dat hij afdoet aan het Ware Geloof in Sinterklaas. Ik respecteer op zich wel de kerstmangelovigen, maar hij -de kerstman- moet zich niet opdringen in het straatbeeld.

    Ik heb geen nare ervaringen met de kerstman, Vind zijn kleding wel smerig voor een oude man. Wie gaat er nu in een soort van rood-wit stoeipakje rondlopen op die leeftijd (of op welke leeftijd dan ook)? De Sint is waardig gekleed en kan bovendien goed paardrijden. Wie gelooft er nu in de slede-voortgetrokken-door-rendieren van de kerstman? Ik vind dat persoonlijk erg ongeloofwaardig en ik ben blij dat mijn ouders me hebben laten opgroeien met de sint.

  13. Tinus says :

    Zo dat staat. santa is een verbastering van de goedheiligman. Dat zeg ik als protestant.

  14. Aart says :

    @pittig

    Ik moet eerlijk zeggen dat ik meer in Sinterklaas geloof dan in de Kerstman. Sinterklaas zie ik elke jaar op een stoomboot Sneek binnen varen, maar die rendieren van de kerstman bestaan volgens mij allang niet meer. Een vervoermiddel waar een hoop rook uit komt zoals de stoomboot kom ik nog telkens tegen.
    Sinterklaas is tenminste nog een heilige die algoed en in het verborgene met zoete waren strooit. De kerstman is alleen maar zo’n balorige herrieschopper.
    Er is wel een overeenkomst, en wel op het gebied van de edele delen: waar de kerstman ballen heeft, heeft Sinterklaas Schimmel tussen zijn benen.

    Kortom: kun je misschien wat meer opkomen voor het aloude geloof in Sinterklaas?

    Trouwens: kennen jullie die brief die Sinterklaas ooit schreef aan Kardinaal Simonis? Ik kan hem wel even opdiepen. Dan plak ik ‘m hieronder. Deze geweldige brief (een ‘must’ voor iedereen die met bijbelverhalen en theologie bezig is) zal mogelijk weer nieuwe discussiethema’s kunnen aandragen.

    BRIEF VAN SINT NICOLAAS Adrianus Simonis, wij moeten eens met elkaar spreken

    Aan Adrianus Kardinaal Simonis. Carissime Frater,
    “Over de enorme brug van zestienhonderd jaren kom ik voor u staan om met u te bidden, zoals ik lang geleden in trouwe parochie stond.” Zo luiden de beginwoorden van de Saint Nicolas Cantate van Benjamin Britten en met die woorden wil ik ook deze brief aanvangen. Want wij moeten echt eens even met elkander spreken, Adrianus. Omdat ons niet alleen die afstand van zestienhonderd jaren scheidt, maar omdat er, naar ik vrees, tussen ons ook een enorme, schier onoverbrugbare, kloof bestaat in het verstaan van de heilige verhalen van schrift en traditie.
    Want wat lees ik in uw aartsbisschoppelijke column in het decembernummer van 1993 van uw bisdomblad? “Wij moeten de gestalte van Sinterklaas ontdoen van alle buitenissige wonderlijkheden en mythologische voorstellingen als het rijden op daken en afdalen door schoorstenen. Want wanneer de kinderen erachter komen dat de Sint niet bestaat, kan dat ook schadelijk zijn voor het geloof in Jezus, omdat ze nog niet kunnen onderscheiden tussen de authentieke wonderen van Jezus en de legenden romdom Sinterklaas.”
    Adrianus, wat maak je me nu? Moet mijn figuur worden ontdaan van buitenissige wonderlijkheden en mythologische voorstellingen als het rijden op daken en afdalen door schoorstenen? Ga nu toch gauw op het dak zitten! Gij die net als ik de herderstaf mag dragen, waar is uw gevoel? En waar is uw verstand?
    Waar is uw gevoel voor mysterie? Nooit gehad, als jongetje, dat je bij het vallen van de avond in de straat naar boven keek en ineens dacht dat je achter een schoorsteen een glimp van Sint Nicolaas had opgevangen? Hebt u nog iets van die kinderlijke sens du mystère kunnen behouden, dat geheimzinnige gevoel dat er meer is tussen hemel en aarde dan wij kunnen dromen en dat de Onzienlijke ons nabij is en ons zegenend vergezelt? Wat die oude Griekse denker zei, dat God boven het dak van ons denken woont, vindt u dat niet treffend uitgebeeld met een heilige die in koninklijk gewaad over het dak rijdt?
    En hoe beeldt een sterveling nu die onzichtbare verbindingslijnen tussen hemel en aarde uit? Ach, je kunt van een ladder naar de hemel dromen, je kunt een vurige wagen met vurige paarden door het zwerk laten draven, en je kunt het in de woestijn manna (Hebreeuws voor pepernoten) laten regenen. Je kunt een koor van engelen met harpen en trompetten boven Efrata’s velden In de gloria laten zingen, een ster boven en stal stil laten staan en de Geest Gods als een duif over het water van de Jordaan laten zweven. Je kunt ook in donkre nachten een eenvoudige heilige zoals ik op een wit en edel dier over de daken laten galopperen en zijn knechtje, een knechtje des Heren, door de schoorsteen uit den hoge laten afdalen om kleine geschenken van liefde voor huiselijke haard te deponeren. Is het één nu echt zoveel buitenissiger dan het andere, Adrianus?
    En waar is uw gevoel voor taal? Hoort u nu werkelijk niet hoe de legenden die om mij geweven zijn en de verhalen die ons van Abraham en Sara en Mozes en David en Maria en Jezus en Petrus en Franciscus zijn overgeleverd, allen eenzelfde taal spreken? Het is de taal van de mythe, broeder Adrianus, de taal van de poëzie, want alleen in die taal kan het onzegbare worden gezegd.
    Neem nu bij voorbeeld de visionaire ervaring van Mozes, die een braambos zag branden dat niet werd verteerd. Het is, dat zult u toch met mij eens zijn, een mythologische voorstelling. De vraag waar alles nu om draait is wat die voorstelling voorstelt. Want waarom is het Mozes die dat braambos ziet branden en waarom ziet hij uitgerekend een braambos branden en waarom ziet hij het branden en waarom wordt het niet verteerd? Anders gezegd: waarom heeft de verteller deze beelden gekozen en geen andere, wat wil hij er ons mee openbaren? En waarom schrijft hij aan het slot van zijn verhaal, wanneer Mozes, oud en van dagen verzadigd, is gestorven en het vuur van God dat in hem brandde is gedoofd, dat God zijn dienstknecht Eigenhandig heeft begraven? Het is een buitenissige wonderlijkheid als je zo’n mythologische voorstelling letterlijk neemt, maar het is wondermooie troost als je het verslaat als beeld van Gods trouw in tijd en eeuwigheid.
    In al die verhalen, Eminentie, over Noach die de regenboog van God ten geschenke kreeg, over de onvruchtbare Sara die hoogbejaard een zoon baarde, over Elia die in een wagen hoog boven de daken (ik doe hem dat niet na!) ten hemel voer, over Jezus die water in wijn veranderde, over Petrus die doden opwekte, over Franciscus die een boze wolf bekeerde en over mij, Nicolaas van Myra, die alziende en alomtegenwoordig de zonde niet toerekent maar mild en gul zijn zoete gaven rondstrooit waar hij maar kan – in al die verhalen, Adrianus, gaat het niet om wat er letterlijk staat maar om wat er in geopenbaard wordt. Gods goedheid wordt er in verkondigd en óók dat wat onmogelijk is bij de mensen mogelijk is bij God. Daarom worden die verhalen over de grote bijbelse gestalten en over de heiligen ons voorgegaan doorverteld van geslacht op geslacht. En daarom ook gaan vaders en moeders dapper door met de eeuwenoude legenden te vertellen die over mij de ronde doen. Want hoe geseculariseerd ze verder ook mogen zijn, in een verdoken hoek van hun ziel beseffen ze nog wel dat die verhalen getuigen van de liefde Gods.
    Verzet je er toch niet tegen, Adrianus! Dat hebben eertijds domme dominees ook al gedaan, maar ze hebben zich alleen maar belachelijk gemaakt: “Het is een sotte en ongefondeerde maniere van de kinderen haare schoenen met allerley snoeperië ende slickerdemick te vullen. Wat is dit anders als op de hoochten geoffert ende geroockt? Die sulse doen en verstaen nog niet wat de ware Religie is.”
    Antipaapse stupiditeit van protestantse praatjesmakers, die meenden de ware Religie in pacht te hebben! Maar makker, waarom brengt gij nu plotseling ook zulk wild geraas voort? Het is een spel, Adrianus, een heilig en feestelijk spel voor jong en oud!
    Ouders zien er ook tegen op hun kind te vertellen dat ik niet besta. Waarom? Omdat zij naar hun gevoel hun kind iets kostbaars afpakken. Zij verdrijven hun kind uit zijn eerste argeloosheid en ze weten dat er zo nog vele ontnuchteringen zullen volgen. Misschien zal het kind op den duur wel àlle sens du mystère verliezen en gaat het, ontdaan van alle mythologie, in platland wonen. Dáár zijn die ouders bang voor.
    Ik weet het, dat is waar u ook bang voor bent, Adrianus, en dat siert u. Maar als ge u nu eens aan wijze ouders spiegelde. Want wijze ouders zullen nooit volstaan met de louter negatieve mededeling dat ik niet besta. Natuurlijk, ik besta niet. Maar tegelijk ben ik onsterfelijk. Dat is een mysterie, en wijze ouders dragen dat mysterie over.
    Ik weet van een meisje dat toen ze vijf jaar oud was zei: “Ik weet waarom Sinterklaas niet doodgaat. Omdat hij zo lief is.” Dat meisje van vijf is inmiddels een volwassen vrouw geworden, maar als het goed is, neemt zij die uitspraak nog steeds voor haar rekening. Niet omdat zij een kind is gebleven maar omdat zij, naar het woord van Jezus, weer als een kind is geworden. Uit de kinderkamer van de eerste argeloosheid is zij verdreven, maar in de volwassen behuizing van een tweede argeloosheid kan zij veilig wonen.
    Denk ook maar niet dat zij als moeder ooit op het onzalige idee zal komen haar kinderen te beroven van hun besef van de realiteit van het paradijsverhaal met de onzinnige mededeling dat Adam en Eva niet hebben bestaan. Zoals zij zich er ook voor zal hoeden om domweg te melden dat Jezus niet over het water kan wandelen en ik niet over het dak. Want ze weet met haar hart en met haar hoofd dat dat negatieve uitspraken zijn, die op generlei wijze recht doen aan de schoonheid en waarheid en authenticiteit van die kostbare oude verhalen.
    Ja, en dat brengt me bij mijn pijnlijke slotvraag, Adrianus: waar is uw verstand? Want wat bedoelt u nu precies met ‘authenticiteit’? U bent bang dat kinderen later niet het onderscheid kunnen maken “tussen de authentieke wonderen van Jezus en de legenden rondom Sinterklaas.” Nu is het mijn beurt om bang te zijn. Bedoelt u daarmee dat Jezus wèl kon toveren en ik niet? In dat geval moeten we oprecht hopen dat uw vrees wordt bewaarheid en dat de kinderen van uw diocees dat onderscheid later inderdaad niet kunnen maken! Anders hebt ge naar alle waarschijnlijkheid òf fundamentalisten gekweekt òf kerkverlaters. Begrijpt U het een beetje? En anders is er toch wel een theoloog in de buurt die U dat op de Maliebaan even wil komen uitleggen?
    Zal ik u vertellen wat Zwarte Piet zei, toen hij uw stukje had gelezen? Hij zei: “Eenmaal dom is dom, tweemaal dom is bisdom.” Ja, ik geef het toe, het is een ongepaste uitspraak, zeker tegen een prins der kerk – ik heb hem dan ook vermanend toegesproken. Maar achter mijn baard moest ik er stiekem toch even om grinniken.
    Vaarwel, Adrianus. Over de enorme brug van zestienhonderd jaren kwam ik voor u staan. Wat ik u bidden mag: geef uw gelovigen die verhalen terug en bouw zo een brug naar uw trouwe parochie. Want is dat niet onze taak, de uwe en de mijne, als pontifices, om bruggen te bouwen?
    Nicolaas
    Copyright: Linden, Nico ter

  15. joost says :

    Jullie gaan allemaal volkomen voorbij aan het echte, werkelijke geloof in de drie-éénheid.
    De Sint, De Kerstman en de Heilige Paashaas. Zij zijn gedrieën één. Onthoud dat toch!!
    joost

  16. joost says :

    En dan liefst eentje van het subtiel niveau van een vlammenwerper gericht op de tere, edele delen van de toch al zo geschonken christelijke volhouders in Nederland

    Subtiel of niet subtiel, een vlammenwerper op de geschonken? of moet het beshonken zijn? Lijkt mij toch knap eng. Geflambeerde edele christelijke volhouder. mmmm
    joost

  17. joost says :

    Een ruigkijkende meneer met kerstlampjes om zijn hoofd gedrapeerd wordt van twee kanten lustig lastiggevallen door twee schaars geklede dames

    Eigenlijk vind ik die man er niet echt uitzien alsof hij zo wordt lastig gevallen, volgens mij heeft ie het best naar zijn zin.
    Volgens mij wil hij best de kertballen van de beide dames bekijken en mogen ze in ruil daarvoor zijn kertstballen zien.
    (niet de piek want dat zou grof zijn)
    joost

  18. rob says :

    Ik ben na een paar zinnen de draad volledig kwijt.

  19. rob says :

    @Joost
    Smeerlap 🙂

  20. joost says :

    Dhr Bosman

    Lijkt me eens een fijn onderwerp voor een kerstpreek, als je kerk bevolkt is met honderden duikbootchristenen die eigenlijk geen idee meer hebben waar ze eigenlijk naar toe zijn gekomen en die zonder enige vorm van schaamte de beste plaatsen in de kerk bezetten en zo de trouwe kerkgangers van hun plek duwen.

    Gelukkig maar dat u hier helemaal geen moreel oordeel plaatst, u mocht anders eens verdacht worden van jaloezie op mensen die echte satire plaatsen. 😦
    joost

  21. joost says :

    Ik wens de huistheologen van 538 veel inspiratie in het Nieuwe Jaar. Ben ik ook eens de eerste…

    Bezint eer gij begint… Velen eersten zullen de laatste zijn toch?
    joost

  22. Pittig says :

    Leuk, nog een nieuwe stripgeneratorartiest er bij! Ga zo door, Joost!

    De Kerstman zit er in ieder geval warmpjes bij.

  23. bramvandijk says :

    @Aart
    Dank voor de brief van de Sint. Het enige teleurstellende is dat hij niet rijmt 😉

  24. Professor Prietpraat says :

    @Joost,

    Berust elke gelijkenis tussen de sint van jouw stripje met bisschop Punt van Haarlem op louter toeval? 🙂 Ik vind de gelijkenis treffend 😉

  25. joost says :

    Professor Prietpraat
    Toeval bestaat toch niet? 😀
    joost

Trackbacks / Pingbacks

  1. Kerstballen met 538 « Frank G. Bosman - 16 november, 2013