Een Romeinse ode aan mannelijkheid

San Crisogono is een kerk in de Romeinse wijk Trastevere en is toegewijd aan heilige martelaar Chrysogonus, waarschijnlijk in de 4e eeuw gebouwd onder paus Silvester (314-335) en enkele keren herbouwd. Chrysogonus stierf de marteldood (onthoofding) onder Diocletianus (begin 4e eeuw). Hij is een van de heiligen die bij name genoemd wordt in de zogenaamde Romeinse Canon (1e eucharistische gebed) van de katholieke liturgie. Afgelopen week bezocht ik met enkele collega’s deze bijzondere kerk.

Op dit moment wordt het gebouw beheerd door de Orde van de Allerheiligste Drie-eenheid (Ordo Sanctissimae Trinitatis, afgekort OSsT), ook wel de Trinitariërs genoemd. De orde werd in 1198 opgericht door de Fransman Johannes van Matha (1154-1213) in Cerfroid bij Parijs. Het voornaamste doel van de orde bestond uit het vrijkopen of ruilen van christelijke gevangenen of slaven uit de handen van de Saracenen.

Dat kun je goed merken ook. De kerk uit de vierde eeuw is goed onderhouden en bevat onder andere de relieken van de H. Anna Maria Gesualda Antonia Taigi (1769 – 1837), die in 1920 door paus Benedictus XV zalig is verklaard. Taigi was – hoe toevallig – ook lid van de Trinitariërs.

Het pièce de résistance van het gebouw wordt echter gevormd door een spiksplinternieuw ingerichte kapel, vooraan links in de kerk. De wandschilderingen vertellen het levensverhaal van de de heilige Johannes van Matha (1160 – 1213). Hij was één der stichters van de orde der Trinitariërs. Volgens de legende kreeg de Franse priester tijdens zijn eerste heilige mis in 1193 een visioen waarin God hem opdroeg om door moslims gevangen christenen te bevrijden. Hij zag een man met een blauw-rood kruis op zijn borst. De man had zijn handen gelegd op de hoofden van twee gevangen: een blanke en een ‘moor’ (in de terminologie van die tijd, een moslim). In 1209 accepteerde paus Innocentius III de door Johannes gestichte orde, die redelijk succesvol was met zijn acties.

De schilderingen stellen Trinitariérs voor omringd met de door hen bevrijde blanke en zwarte slaven, en zijn gemaakt door de bekende Italiaanse kunstenaars en kunsthistoricus Rodolfo Papa. Hij is hoogleraar Geschiedenis van de Esthetische Theorie aan de filosofische faculteit van een van de pauselijke universiteiten in Rome. Hij treedt geregeld op voor het katholieke internationale persbureau Zenit, dat in Rome zijn thuisbasis heeft. Papa’s kunst heeft al vaker op een positieve manier de aandacht van hoge kerkelijke officials getrokken. Kardinalen rekenen zich onder zijn bewonderaars.

Wie de afbeeldingen in de kapel goed tot zich laat doordringen, valt enkele zaken extra op. De afbeelding van de H. Johannes achter het altaar is felrealistisch, maar tegelijkertijd gothic: de hostie verspreidt zilveren lichtjes waarvoor duivelachtige figuren onder het altaar wegvluchten. Let ook op de onduidelijke contouren van de figuur onder de altaardwaal. Ook de Christusfiguur op de centrale koepel is met een gerust hart esoterisch te noemen: lichtkransen schieten uit het hart van de schaars geklede Jezusfiguur.

‘Bloot’ is überhaupt een belangrijk issue in deze kapel. Nu zijn er in Rome binnen en buiten de kerken vele naakte afbeeldingen te vinden (goden, helden, martelaars), maar die naaktheid heeft in kerkelijke context altijd een duidelijke context. Adam en Eva zijn (bijna) naakt vanwege de zondeloze toestand in het Paradijs. Martelaren zijn (bijna) naakt omdat ze naakt de marteldood afwachten. Enzovoorts.

In Papa’s kapel van de H. Johannes is de naaktheid echter vooral van esthetisch belang. Bijna alle scènes bevatten bijna pikant te noemen details. De ‘mantel’ van de Jezusfiguur is zo kort dat Hij in geen enkele Romeinse kerk welkom zou zijn als bezoeker. En zelfs de afbeelding van de H. Johannes heeft een geheel ontbloot been onder zijn pij steken, terwijl een gespierde, ontblote man schuin achter hem staat.

Die gespierde, halfontblote mannen zijn overal in de kapel te vinden. De zwarte en blanke slaven zijn allemaal gekleed in louter witte broeken met zwarte riemen. Enkele ketens liggen her en der verspreid op de schilderijen. De mannen zijn zonder uitzondering gespierd, goedgeproportioneerd, geëpileerd (ook onder de oksels) en blootsvoets. Vooral de mannenfiguren die in de vier bogen van de kapel zijn geschilderd, hebben een pose die hen eerder in een bepaald soort sauna plaatst dan in een de kerk der vrome Trinitariërs. En wie zoekt naar een enigszins naakte vrouwenfiguur, kan lang en vergeefs zoeken. De exaltatie van het blote mannenlijf heeft hier in deze Romeinse kerk duidelijk zijn eigen plaats verworven.

Om al deze voornoemde redenen vind ik vind het een bijzondere kapel. Een bezoek waard.

Frank G. Bosman is cultuurtheoloog en verbonden aan de Tilburg School of Theology. Zie zijn weblog Goedgezelschap.eu.

Advertenties

6 responses to “Een Romeinse ode aan mannelijkheid”

  1. Antonius van Padua says :

    @Bosman: mooi verhaal! Fresco’s plaats je toch meestal in een ver verleden, maar die Rodolfo Papa laat zien dat je ook in de 21e eeuw nog iets bijzonders neer kan zetten (voor de geïnteresseerden: zie ook http://www.rodolfopapa.it). Ik ben een grote fan van oude Romaanse kerken / kunst, dit is wel een beetje te modern voor me…

  2. Vleertje says :

    De oude Romeinen hadden als schoonheidsideaal het ontblote mannenlichaam, en niet het vrouwelijke. Wellicht is die kunstvoorkeur blijven hangen in Rome?

  3. joost says :

    Vleertje
    Maar waren die belangrijke oude Romeinen mannen of vrouwen?
    joost

  4. Johan says :

    Ik kan me zo voorstellen dat de priesters vechten om wie in deze kerk mag dienen tussen al dat lekkere vlees, ik bedoel: tussen deze bijzondere kunst.

  5. joost says :

    Johan
    zou dat de reden zijn dat bij sommige geloven vlees verboden is?
    joost

Trackbacks / Pingbacks

  1. Een Romeinse ode aan mannelijkheid | Frank G. Bosman - 20 november, 2013