Recensie: Kleine Man en God

Kitty Crowthers schreef een ‘kinderboek’ over een mannetje dat God ontmoet. God is een witte reus met een oranje aura dat er veel behagen in schept zich in steeds verschillende vormen te presenteren. Als het mannetje vraagt wie hij is, zegt Hij: “Ik ben God.” –  “Bent u God? Dé GOD?” vraagt de sterveling verder. “Ik dacht dat u er heel anders uitzag!” Een vreemd en fascinerend boek.

De Belgische Crowther won vorig jaar de internationale Astrid Lindgren Memorial Award voor haar gehele oeuvre. Trouw-recensent Bas Maliepaard schreef lyrisch over het ‘kinderboek’: “Net als in ‘Kleine Dood en het meisje’ werkt ze een groot, beladen thema ontwapenend eenvoudig uit, zonder het te banaliseren. Aan de oppervlakte vertelt ze een concreet verhaal, maar daaronder blijft het raadselachtig en voor meerdere interpretaties vatbaar.”

Het boek Kleine Man en God schetst inderdaad een verhaal met vele lagen over God en mensen. Crowther getroost zich moeite om van de gebaande paden af te blijven: geen zure discussies over het lijden in de wereld of kleffe multiculturele gemeenplaatsen. Het verhaal prikkelt elke lezer, gelovig of niet, en verdient daarom alle aandacht.

Crowthers God is in de eerste plaats een antropomorfische God. Hij wandelt samen met de kleine man door de natuur (als God en Adam in Genesis) terwijl ze spreken over zwemmen (dat God niet zegt te kunnen, Hij kan alleen over het water lopen) en omeletten. Hij gedraagt zich als een lieve vader die met zijn kind speelt. En op het einde van het boek komt God bij zijn vrouw en babbelt vrolijk over wat Hij allemaal heeft meegemaakt met zijn gekke mensen.

Bovendien is Crowthy’s God erg bescheiden. Hij benadrukt dat er meer goden bestaan, “zoveel als er sterren aan de hemel staan”. Aan het einde van de ontmoeting vraagt de kleine man zich ineens af of God wel zijn naam weet. “Natuurlijk, jij heet Theo. Dat betekent God, wist je dat?” Hiermee is Crowthy’s God verworden tot de ultieme externalisatie van de God die in ieder van ons bestaat. De God uit het verhaal is niets anders dan de geestelijke projectie van de mens, die in Hem alles ziet wat Hij zelf zou willen zijn.

Maar hier eindigen zou Crowthy te kort doen. Tijdens het gesprek van Theo en God merkt de lezer dat deze laatste ook gek is op gedaanteverandering. God verandert in een hert, een indiaan en zelfs een gorilla. Wederom een verbeelding van ons immer veranderend beeld van God zelf. Elk mens en elke tijd creëert een God naar zijn eigen beeld en gelijkenis. Maar God heeft ook een oranje aura dat Hem en alle dieren die Hij wordt, omvat. God zelf is afgebeeld als een witte kolos, klaar om door de kleine man (en door hem de lezer) ingevuld te worden, als een wit blad dat volgekladderd mag worden.

Een fascinerend boek, ik zei het al eerder. Fascinerend ook, omdat het boek van Crowthy zich verzet tegen een snelle en gemakkelijke interpretatie. Wat mij als theoloog het meeste intrigeert aan het verhaal is de flexibiliteit van Gods verschijning. Hij is flexibel, past zich aan onze wensen aan, wil onze vriend zijn. Hiermee zegt deze God meer over ons dan over het opperwezen zelf. God is een projectie van onze hoop, de incarnatie van het transcendente.

In onze postmoderne tijden hebben we een groot probleem met God. Nadat Hij eerst dood werd verklaard, beginnen we te merken dat het universum zo zinloos wordt zonder zo’n kekke schepper. Maar ja, geloven in de God van de Middeleeuwen is al even onmogelijk. God treft in ons tijdperk dan ook twee metamorfoses. Voor zover geen atheïst (uit principe geen belangstelling voor God) of hedonist (idem uit pragmatische overwegingen), abstraheren we God tot een bijna metafysische vaagheid. God wordt dan ‘de Energie, die alles doorstroomt’ of een transcendent ‘Iets’ zonder morele consequenties voor ons leven.

De andere postmoderne metamorfose die God ondergaan heeft, is exact het tegenovergestelde. God is extreem immanent geworden, te vinden in ieder van ons. Wij zijn allen goddelijk. Maar, zoals Pixar ons voorhoudt in de briljante film The Incredibles, als iedereen ‘God’ is, is eigenlijk niemand dat meer. Een God niet meer een ‘tegenover-ons’ is, maar alleen een ‘met-ons’, dat ragt alle spanning uit elke theologie. Die God glijdt naar binnen als het Woord in een ouderling of – als u geen protestant bent – een haring in een Hagenees.

Zoals iedereen weet, les extrêmes se touchent. Dat geldt ook voor deze twee postmoderne metamorfoses van God. Interessant genoeg weet Crowther deze twee met elkaar te verbinden en te verbeelden. Ik ga weer even lezen. Ik ben er nog niet helemaal uit…

Frank G. Bosman is cultuurtheoloog en verbonden aan de Tilburg School of Theology.

Advertenties

8 responses to “Recensie: Kleine Man en God”

  1. bramvandijk says :

    Frank, mooi stuk, en als Trouw-lezer was ik ook zelf al wel geïnteresseerd geraakt. Maar er zit een kleine opmerking in je stuk:

    Voor zover geen atheïst (uit principe geen belangstelling voor God) of hedonist (idem uit pragmatische overwegingen)

    O, wat makkelijk. Iedereen gelooft in god, behalve ongeïnteresseerden en mensen die gewoon niet willen. Wat een onzin is dat. Alsof het bestaan van god verder probleemloos is en er helemaal geen rationele argumenten zijn om niet in een god te geloven. Dat is een veel te makkelijke manier om ongelovigen weg te zetten die over het algemeen wordt gebruikt om zelf niet serieus over die zaken na te hoeven denken… ik ben beter van je gewend…

  2. Frank G. Bosman says :

    @bramvandijk Dank voor je reactie. En als je deze zin ziet als een sneer naar atheïsten en hedonisten, dan zal ik dat zeker niet ontkennen. Op mijn beurt ontken ik dan weer niet dat je op basis van rationele argumenten God kan ontkennen. 🙂 Voor de rest is GG een satirische website, dus dan weet je wat je kunt verwachten hier. 🙂

  3. Wilfred says :

    @Frank: “De andere postmoderne metamorfose die God ondergaan heeft, is exact het tegenovergestelde. God is extreem immanent geworden, te vinden in ieder van ons.”

    Dat is toch gewoon een terugkeer naar de gnostische god of daarop gebaseerde denkbeelden? Of bepaalde keltische opvattingen over god, of… in ieder geval niet iets typisch postmoderns, lijkt me. Verder wel weer een leuk stuk.

  4. Frank G. Bosman says :

    @wilfred een immanente god is alles behalve gnostisch. De gnostici propageerden een radicaal dualisme: God als de totaal andere. De hermetisch-esotetische traditie daarentegen propageert een radicaal holisme. En onze tijd is erg bevattelijk voor dit laatste idee.

  5. Wilfred says :

    @Frank: Over de gnostici heb je gelijk, maar ik dacht meer aan de’ divine spark’ die zich in ons zou bevinden. Maar dat is idd wel wat anders dan een immanente god.

    Ik zie wel een bepaalde glijdende schaal tussen de gedachte dat god (ook) in ons is en wat jij radicaal holisme noemt. Wat dat betreft is dat voor het christendom al begonnen in de theologie van Johannes.

    Overigens doet radicaal holisme me sterk denken aan panentheisme. En dat heeft ook al oude papieren. Het sluit misschien wel goed aan bij het postmoderne levensgevoel, maar is daar zeker niet uniek voor…

  6. bramvandijk says :

    @Frank,
    Mooi, dan zijn we het toch weer eens 😀

    @Wilfred

    En dat heeft ook al oude papieren.

    Maar er is toch bijna per definitie niets nieuws onder de zon? En een bepaald idee kan toch best typisch postmodern zijn ook als het al oudere papieren heeft?

  7. Wilfred says :

    @Bram: “Maar er is toch bijna per definitie niets nieuws onder de zon?”
    Inderdaad. Dat is wat ik zeg…

    En een bepaald idee kan toch best typisch postmodern zijn ook als het al oudere papieren heeft?”
    Dat zou kunnen. Ik twijfel daar wel aan. Hangt van je definitie van postmodernisme af. Het sluit aan bij het postmoderne levensgevoel, zou ik schrijven.

    Ik las in het verhaal van Frank (maar dat kun je ook anders lezen) dat hij dit als een ontwikkeling ziet die zich pas recent (postmoderne metamorfose) in godsbeelden voordoet. Dat is denk ik niet het geval. Maar op zichzelf is de ontwikkeling die hij schetst herkenbaar genoeg…

Trackbacks / Pingbacks

  1. Kleine Man en God: prachtige kindertheologie « Frank G. Bosman - 13 november, 2013