Ik wil het prediken maar eens onder de aandacht brengen. Het prediken in de meest pure zin van het woord. Pre-dicte… voor-zeggen. Of zoals Van Dale het beschrijft: het verkondigen van de christelijke leer. Waarom? Nou, daar heb ik verschillende argumenten voor. Allereerst: ik ben zelf zo’n rondreizende prediker die zijn talent of gave of hoe je het ook noemen wilt, bloedserieus neemt. Ik preek nu ongeveer vanaf 1994, gemiddeld zo’n 35 keer per jaar met soms 25 en soms 35.000 mensen voor me. Soms een kerk vol gelovigen en soms een theater vol zoekenden en ongelovigen, soms een sporthal met juichende tieners en soms een schoolaula met zwevende adolescenten, soms een zaal vol spirituele ondernemers en dan weer een kroeg met opstandige studenten.
Door: Bram Rebergen
En geloof me, elke keer weer ga ik op pad met wat klamme handen, antitranspirant deo en fisherman’s friend, dat spannende en gespannen buikgevoel en die knagende onzekerheid of het wel weer gaat lukken en dat ik echt kan en mag gaan zeggen wat er gezegd moet worden. Die rare dualiteit van enerzijds er altijd weer wat tegenop zien en anderzijds niets liever willen dan prediken.
En door de jaren heen ben ik me zorgen gaan maken over de ontwikkeling van het prediken. En die zorg deel ik graag met jullie. Het eerste wat me zorgen baart is de verwarring die er lijkt te ontstaan over het prediken. Die verwarring kom ik tegen als ik een aantal veelgehoorde synoniemen voor het prediken de revue laat passeren. Ik hoor soms het woord ’spreken’ in plaats van preken of soms ‘een verhaal doen’ of ‘een preekje of een spreekje doen’ of in het meest onterende geval het ‘een praatje doen’. Alsof je naar de plee moet om even te piesen. “Zeg Bram, wat kom jij doen? Ooh, ik kom even een praatje doen…” “OK, vergeet je niet door te trekken dan?” Of: “Na de lofprijs en aanbidding hebben we jouw praatje gepland.” De devaluatie van het ‘prediken of preken’ ten top!
Prediken is veel meer dan ‘een praatje doen’. Prediken is veel meer dan even de afsluiting verzorgen van een wervelende lofprijs- en aanbiddingshow van een gemiddeld gedreven preesjeheesbandje uit evangeliegemeente ‘De Glorieklok’. Prediken is met je hart en ziel bezig zijn om het leven van alledag, de zorgen van de wereld, de gebrokenheid van mijn eigen ik, de pijn en vreugde van mensen, kortom: de realiteit van het zijn te combineren met de werkelijkheid van het Evangelie van het Koninkrijk GODS. Om die soms onnoemelijke spanning van twee werkelijkheden waarvan de EEN echt WAARHEID is begrijpelijk en pakkend bij de toehoorder neer te leggen. Eerlijk, ik heb het prediken wel eens ervaren als verliezen. Soms verlies ik mezelf in de grote woorden van Hem die ons liefheeft en voel ik mijn breekbare kleinheid en geschondenheid in het LICHT van HEM als een grote verliesbeurt.
Ik kan ook slecht tegen mensen die het prediken er wel even bij doen. Ik kan slecht tegen mensen die me de indruk geven dat iedereen wel prediken kan. Ik kan slecht tegen mensen die bang zijn om tegen hun voorganger, dominee of pater te zeggen dat het misschien verstandiger is zich meer pastoraal in te gaan zetten en wat minder of het liefst helemaal niet meer te gaan prediken, simpelweg omdat ze dat niet kunnen. Ik kan slecht tegen de mensen die her en der achter desks verschijnen of podia beklimmen en zich beroepen op de Geest GODs omdat ze te gemakzuchtig waren om studie te maken en zich terdege voor te bereiden op wat komen zou. Ik kan slecht tegen mensen die gaan prediken omwille van het gejuich en het applaus dat erop volgt of voor die zalvende woorden achteraf: “Het was zo fijn vandaag”.
In de kakofonie van geluid en beeld dreigt het gesproken woord meer en meer ten onder te gaan en krijgt het slechts een marginale rol toebedeeld. Terwijl menig prediker op de knieën verscheen voor HEM met die prangende vraag op de lippen: “Wat wilt U dat ik ze zeggen zal…,” staat de van beeld en muziek plat geworden menigte te joelen dat het maar 20 minuten maximaal mag duren. Geliefden, de lengte van de preek zegt NIETS over haar inhoud. Tijd maakt een preek dan pas lang, als degene die preekt zich slechts richt op het beschouwen der dingen. Prediken is VERTELLEN met hart en ziel en vol van Geest en Waarheid. Dus doe me alstublieft een lol en houd de prediking in ere!
Er is nog een reden waarom ik me zorgen maak over de prediking en dat is de manier waarop er zo vaak mee wordt omgegaan. We leven in een tijd waarin beeld en presentatie van significant belang zijn om ‘het product’ aan de man te brengen. Nu zijn er van die gesjeesde multimediaknuppels of driedelig gestreepte marketingrakkers die denken dat die gladjakkerige principes ook los te laten zijn op de prediking. Kortom: als het maar snel, gelikt en goed gepresenteerd is, komt het wel goed. Mag ik u er op wijzen dat u een kapitale blunder maakt. U vergelijkt prediking met presenteren. Ik zie meer dan genoeg vlotte presentatoren op podia en kansels staan. Ik zie meer dan genoeg mannen en vrouwen die hun aangeleerde vaardigheden rond verbaal en non-verbaal communiceren ten toon spreiden en uitstekend weten hoelang ze moeten wachten om net even dat volgende woord te gaan gebruiken, of net effe dat emotionele kraakje aan het einde van de zin te manipuleren. Prachtig. Maar presenteren is een onderdeel van prediking. Presenteren is een vaardigheid. Prediking is een ZAAK VAN HET HART en een ZAAK VAN DE GEEST.
O ja, en mocht u denken: “Hij denkt zeker dat hij beter is dan de rest…” Verrre van dat. Mag ik u vragen het volgende dan te lezen en te doen?!
“En neemt de helm des heils aan en het zwaard des Geestes, dat is het woord van God. En bidt daarbij met aanhoudend bidden en smeken bij elke gelegenheid in de Geest, daartoe wakende met alle volharding en smeking voor alle heiligen; ook voor mij, dat mij bij het openen van mijn mond het woord geschonken worde, om vrijmoedig het geheimenis van het evangelie bekend te maken.” (Ef. 6)
Bedankt alvast.
Filed under: Ei van Columnus
Amen!
Amen!
Amen! (dat is dus al de derde)
Bram, na 3x AMEN wil ik ook even een kritische noot kraken. Natuurlijk ben ik het eens met je betoog dat prediking belangrijk is en met overtuiging en kwaliteit gedaan moet worden. Maar – zonder je integriteit en presentatiekwalilteiten in twijfel te willen trekken – vind ik je eigen prediking naar jongeren toe van een giga-babymelkniveau. Het lijkt op de Jongerendag nooit verder te komen dan: “God is blij met jou”.
http://www.eo.nl/activiteiten/eojongerendag/2008/page/_God_is_blij_met_jou__/articles/article.esp?article=9600791
Natuurlijk, God is blij met jongeren, maar zo’n Sinterklaaspreek hield Jezus dus nooit. Hij riep jongeren op tot navolging, en die navolging kost je alles. Zijn focus was het Koninkrijk van God. Niet ‘God is lief en jij bent lief’, maar ‘God wil dat alle mensen discipelen van Jezus worden’.
Juist de Jongerendag blinkt uit in glitter en glamour, het zo hip mogelijk verpakken van de boodschap, alsof die boodschap dat nodig heeft. Ongetwijfeld is de boodschap ook heel precies getimed en geoefend, zodat je je punt binnen 20 minuten maakt. Je doet zelf mee aan de benadering die je volgens deze column verafschuwt.
nou nou, niet te snel amen roepen. Dit is toch satire? zoniet dan ga ik de postmodernist uithangen hoor!
Het juiste woord is trouwens pastoor. Er zijn een heleboel pastoors die wel preken maar geen pater zijn.
Priester bedoelde ik dus. Er zijn een heleboel priesters die geen pater zijn, maar wel preken. Die noemen ze pastoor
Ha Bram!
Tuurlijk, jij bent nu heel serieus met prediken bezig, jij doet het er niet even bij (hoewel… man man, wat ben je bij veel projecten betrokken via ‘en toch’), jij hebt alles goed bestudeerd en weet waar je het over hebt.
Maar toen je begon? In je YfC-tijd? Of je Flevo-tijd? Nooit eens nog snel even een preekje in elkaar gezet om je de tijd er niet eerder voor had? In je begin dagen nooit eens over iets gepreekt waar je je nooit echt in verdiept had??? Makkelijk om nu je het zelf goed voor elkaar hebt even aan te geven waar je allemaal slecht tegen kunt.
Trouwens…. opvallend hoe je zo’n vurig betoog kunt houden over preken zonder ook maar één keer ‘de bijbel’ te noemen of enige verwijzing naar theologie / studie etc te hebben…
En toch… een goed pleidoor hoor, je hebt gelijk!
Mooi betoog, maar ik ben het helaas eens met Johan. Ik herken (je) Bram helaas niet in je column.
Misschien is je belangrijkste aspect van je preken wel je retorische talent. Meer is het niet. Heeft zeker een functie, maar ik ben er nog nooit door verlicht geraakt, ofzo.
UPDATE: Bram krijgt steun van de George Whitefield Stichting, die eerder al tegen oppervlakkige Opwekkingsliedjes streed.
http://www.oneway.nl/nieuws_artikel.php?nieuwsID=26932
Ha Bram,
bedankt voor je geschreven preek. Ik mis wel het vuur en enthousiasme dat ik zie als je irl preekt.
gewoon wat gedachten en/of twijfels zo je wil (voordat ik ga preken
)
Ik preek/spreek/doe wel eens een praatje. Het maakt mij niet zoveel uit hoe het heet. Maar goed. Het altijd subjectieve ik-spreek-uit-eigen-ervaring argument doet hier dus opgeld
.
Om met de vleselijke kant te beginnen: mijn persoontje vindt het prettig om aandacht te krijgen. Ik ben mens en ben gevoelig voor één van de basisbehoeften: gehoord of gezien worden. Ik vond dat in het begin als echte calvinist bijzonder slecht en zondig. Maar ja, mezelf achterlaten terwijl ik toch letterlijk op het podium moest staan, dat leverde een soort gespletenheid op.
De geliktheid, het hoe pas ik in het hokje? Bijvoorbeeld van de organisatie waar je door wordt uitgenodigd al een complete boodschap en doelstelling uitgespeld krijgen en ik het gevoel krijg mijn truukje te moeten doen… (een postume schaamte maakt zich van mijn meester als ik terug denk aan de jeugdkerk, waar ik naar eer en geweten vaak mensen dat ook heb voorgezegd).
En dan ook nog het idee dat ik vaak naar God uitspreek: moet ik dat ECHT gaan zeggen??? Dat is geen leuk verhaal…
Om vervolgens als een soort christelijke ondernemer alle stakeholders (luisteraars, opdrachtgever, God, mezelf) tevreden houden. Het is een valkuil waar ik vaak in trap.
Maar meer en meer heb ik de voorzichtige tussenconclusie getrokken dat preken net is als leven: ik mag leren, ik mag mijn behoeften hebben. God vroeg ook niet aan de mensen in de bijbel zichzelf thuis te laten. Ook Hij laat ze groeien en in tact. Mensen willen wel veranderen, maar niet veranderd worden.
Om erachter te komen dat ik voor het applaus ging, moest ik groeien. Dat waren heel wat verlieservaringen. En in potentie mag een ander ook groeien. Als ik trouw ben aan mezelf, dan is het leven met God geen successtory. (Hoe groter de successtory, hoe ongeloofwaardiger ik het vind.) De weg en de antwoorden uit de bijbel en mijn leven, die kan ik delen. Dat voorkomt truukjes en maakt Hem groot. Dat zorgt ervoor dat ik mezelf ben en in mijn zwakte Zijn kracht mag laten merken.
Bedankt Bram, zo zie je dat je preek toch effect heeft. iig op mij.
Het zal wel voorkomen, maar onze voorganger preekt/spreekt/praat/kletst beter dan Bram Rebergen.
Dus dit is weer een karikatuur. O, maar het is natuurlijk satire!
Mijns inziens de beste zin:
“Ik kan slecht tegen de mensen die her en der achter desks verschijnen of podia beklimmen en zich beroepen op de Geest GODs omdat ze te gemakzuchtig waren om studie te maken en zich terdege voor te bereiden op wat komen zou. ”
Vleertje zegt daar amen op!
Bram, succes!